- Direct na het wakker worden.
- Voor een dutje.
- Na een dutje.
- Na elke maaltijd.
- Ongeveer elke twee uur.
- Voor het slapengaan.
Dit schema helpt vooral in het begin. Later hoef je dit niet zo strak vol te houden. Het doel is dat je kind zelf leert herkennen wanneer hij moet. In de eerste dagen neem jij hem nog bij de hand. Daarna komt er meestal meer zelfstandigheid. Verwacht alleen niet dat alles meteen perfect gaat. Ongelukjes horen erbij.

Belonen zonder druk
Volgens Brown is de training geslaagd als je kind daarna meestal naar de wc gaat. Er mogen nog best ongelukjes gebeuren. Dat is normaal. Het betekent niet dat de methode mislukt is. Je kind is iets nieuws aan het leren. Daarbij gaat het soms goed en soms fout. Dat geldt voor lopen, praten en dus ook voor zindelijk worden.
Straffen werkt volgens Brown niet. Sterker nog, het kan juist tegenwerken. Als je boos wordt, kan je kind spanning voelen rond het potje. Daardoor gaat hij misschien juist minder goed meewerken. Beter is het om succes te prijzen. Zeg duidelijk dat hij het goed heeft gedaan. Een glimlach, knuffel of compliment kan al genoeg zijn.
Snoepjes, cadeaus of grote beloningen zijn volgens de kinderarts minder handig. Dat voelt misschien als een snelle oplossing. Toch werkt omkopen vaak maar kort. Je kind moet uiteindelijk zelf willen stoppen met spelen. Hij moet begrijpen dat hij naar de wc moet als zijn lichaam dat aangeeft. Die motivatie is belangrijker dan een cadeautje.
Dat betekent niet dat je helemaal niets positiefs mag doen. Je kunt best enthousiast reageren. Je kunt ook samen een sticker plakken als dat goed voelt. Maar maak het niet te groot. Het potje moet iets normaals worden. Geen spannend examen waarbij je kind kan falen. Rust helpt vaak meer dan druk.
Stop op tijd als het niet lukt
Soms werkt de aanpak niet binnen twee of drie dagen. Dat kan gebeuren. Volgens Brown moet je dan niet eindeloos doorgaan. Als je kind er nog niet aan toe is, helpt extra druk meestal niet. Je krijgt dan alleen meer was, meer ongelukjes en meer frustratie. Ook kan je kind het gevoel krijgen dat hij het niet goed doet.
In dat geval kun je beter stoppen en het later opnieuw proberen. Wacht een paar weken en kijk dan opnieuw naar de signalen. Misschien is je kind dan verder in zijn ontwikkeling. Soms maakt een korte pauze al veel verschil. Kinderen groeien snel. Wat vandaag nog niet lukt, kan volgende maand ineens veel makkelijker gaan.
Blijf ondertussen wel rustig praten over de wc. Laat je kind zien wat er gebeurt. Lees eventueel een boekje over zindelijk worden. Je kunt het potje alvast in de badkamer laten staan. Zo wordt het onderdeel van het dagelijks leven. Maar maak er geen strijd van. Dat is bijna nooit nodig.
Ook handig is om praktische spullen in huis te hebben. Denk aan een stevig potje, een brilverkleiner en genoeg oefenbroekjes. Voor onderweg kan een inklapbaar potje handig zijn. Zeker tijdens vakantie of lange autoritten geeft dat rust. Zo hoef je niet steeds te zoeken naar een wc. Je kind weet dan dat er altijd een oplossing is.
Zindelijk worden vraagt dus vooral om timing. De driedaagse methode kan goed werken bij kinderen die eraan toe zijn. Maar het is geen wondermiddel. Kijk naar je kind, blijf rustig en geef complimenten. Lukt het niet meteen, dan probeer je het later opnieuw. Uiteindelijk worden bijna alle kinderen zindelijk, maar ieder kind doet dat op zijn eigen moment.