Je herkent het waarschijnlijk: het is 02.14 uur ’s nachts, je ligt naar het plafond te staren en je merkt dat je juist wakkerder wordt naarmate je harder probeert in slaap te vallen. Terwijl de minuten verstrijken, begin je al te piekeren over wat morgen allemaal moet. Dit piekeren is doorgaans niet het gevolg van de slapeloosheid, maar juist de oorzaak ervan.
Slaapspecialisten herkennen regelmatig hetzelfde patroon bij mensen die ’s nachts wakker zijn. Zij zetten zichzelf onder druk om alsnog in slaap te vallen, voelen frustratie opkomen omdat het niet werkt en worden daardoor alleen maar verder verwijderd van de slaap. Gelukkig bestaan er enkele tamelijk gemakkelijke aanpakken waarmee je uit deze vicieuze cirkel kunt ontsnappen, zonder toevlucht te hoeven nemen tot medicijnen of kostbare behandelingen.
Stap 1: stop met jezelf de les lezen
De eerste fout die bijna iedereen maakt: boos worden op zichzelf omdat het niet lukt. Denken “ik moet nu écht slapen, anders is morgen een ramp” activeert precies het stresssysteem dat je wil uitzetten. Je hartslag gaat omhoog, je spieren spannen aan, en je lichaam schakelt van rust naar alarm.
Probeer die innerlijke stem daarom te ontwapenen. Zeg tegen jezelf dat een nacht met minder slaap vervelend is, maar niet catastrofaal. De meeste mensen functioneren de dag erna prima, ook al voelt het anders. Alleen die relativering al kan spanning wegnemen.
Stap 2: kijk niet meer naar de klok
De tweede fout is bijna reflexmatig: even checken hoe laat het is. Slecht idee. Elke keer dat je ziet dat het nu 02.47 is en dat de wekker over vier uur gaat, gaat je hoofd rekenen. “Nog vier uur, dan drie, dan tweeënhalf…” Elke check voedt de stress.
Draai je wekker om, leg je telefoon buiten handbereik of dek de cijfers af. Je hoeft echt niet te weten hoe laat het is. Als het licht wordt, weet je het vanzelf.