Marco is 42 en staat al bijna anderhalf decennium op de vuilniswagen. Elke ochtend vertrekt hij met opgeheven hoofd, maar de laatste tijd merkt hij dat zijn kinderen er anders over denken. Sinds ze puberen schamen ze zich soms voor wat hun vader doet.
Hij laat zich er niet door uit het veld slaan. Voor hem is zijn baan betekenisvol: hij houdt de boel draaiende en netjes, iets wat zijn kids nog niet helemaal lijken te zien.
Als hij thuis vraagt hoe hun dag was, of als vriendjes informeren wat hij doet, klappen ze dicht of sturen ze het gesprek een andere kant op. Dat stak hem in het begin, maar inmiddels snapt hij beter waar het vandaan komt.
Tieners willen laten zien dat ze erbij horen en zijn hypergevoelig voor wat anderen denken. In onze maatschappij krijgen sommige banen nou eenmaal meer glans dan andere — en vuilnisman staat niet bovenaan. Dat merkt Marco maar al te vaak. Terwijl hij door de wijk tuft, vangt hij weleens neerbuigende blikken op, maar hij weet donders goed hoe essentieel zijn werk is.
Het is pittig werk: vroeg uit de veren, sjouwen in weer en wind, en dagen die soms eindeloos lijken. Toch geeft het hem een bak voldoening om de straten weer fris achter te laten. Hij ziet zichzelf als een belangrijke schakel in het geheel.