Mariël Vos groeide op in een onveilig adoptiegezin: “De kerk zou een oogje in het zeil houden”
Een schokkend verhaal over verwaarlozing, misbruik en het falen van systemen die moesten beschermen. Hoe een adoptiekind in een christelijk gezin jarenlang leed onder onveiligheid, terwijl de kerk toekeek.
Mariël Vos (35) draagt nog dagelijks de littekens van haar jeugd. Geadopteerd als kleuter uit een ver land, belandde ze in wat op papier een warm, christelijk gezin moest zijn. In werkelijkheid groeide ze op in een omgeving van emotionele verwaarlozing, controle, angst en soms fysiek geweld. “De kerk zou een oogje in het zeil houden,” zegt ze met een bitter glimlachje. “Maar ze keken de andere kant op.” Haar verhaal is geen geïsoleerd incident. Het werpt een pijnlijk licht op de donkere kanten van adoptie, de verantwoordelijkheid van geloofsgemeenschappen en het falen van toezicht op kwetsbare kinderen.
Van adoptie naar nachtmerrie
Mariël werd als peuter geadopteerd uit Latijns-Amerika. Voor haar adoptieouders, een vroom Nederlands-Belgisch echtpaar met een sterke band met de lokale evangelische gemeente, leek dit een roeping: een kind redden en opvoeden in het geloof. In de kerk werd het gezin geprezen als voorbeeld van christelijke naastenliefde.
Maar achter de gesloten deuren van hun rijtjeshuis was de realiteit anders. Mariël vertelt over een regime van strenge regels, emotionele manipulatie en straffen die vaak religieus werden gerechtvaardigd. “Gehoorzaamheid aan God betekende gehoorzaamheid aan hen. Elke vorm van verzet werd gezien als duivelse invloed.” Ze herinnert zich nachten waarin ze alleen op haar kamer zat, hongerig of bang, terwijl haar adoptieouders in de woonkamer Bijbelstudies hielden.
De adoptieouders, zelf opgegroeid in een conservatief milieu, worstelden met hun eigen trauma’s en onverwerkte problemen. In plaats van professionele hulp te zoeken, zochten ze antwoorden in gebed en kerkelijke raad. “Ze dachten dat geloof alles kon genezen,” zegt Mariël. “Maar een kind heeft meer nodig dan gebed.”