Mariël Vos groeide op in een onveilig adoptiegezin: “De kerk zou een oogje in het zeil houden”

Mariël’s uitspraak “De kerk zou een oogje in het zeil houden” raakt een diepe wond. In veel protestantse en evangelische gemeenschappen worden adoptiegezinnen vaak extra in de gaten gehouden – althans, dat is de theorie. Gemeenteleden bezoeken elkaar, er zijn huisbezoeken van ouderlingen, en er is sprake van ‘broederlijke vermaning’. In de praktijk bleek dit systeem ontoereikend.

Predikanten en jeugdwerkers zagen Mariël als een stil, gehoorzaam meisje. Signalen van angst, teruggetrokken gedrag en slechte schoolprestaties werden toegeschreven aan “aanpassingsproblemen” van geadopteerde kinderen. Niemand groef dieper. “Ze vroegen wel hoe het ging, maar accepteerden het standaardantwoord: ‘Goed, dank u’,” vertelt Mariël. “Niemand kwam onaangekondigd langs op een doordeweekse avond.”

Deze casus illustreert een breder probleem binnen sommige kerkelijke kringen: de neiging om gezinsautonomie heilig te verklaren en externe inmenging te minimaliseren. Kindermishandeling wordt soms gezien als een privéaangelegenheid die door gebed en bekering opgelost moet worden, in plaats van door professionele jeugdzorg.

De impact op Mariël: trauma dat blijft

Vandaag de dag leeft Mariël met complexe PTSS, hechtingsproblemen en een moeizame relatie met geloof. “Ik heb God lange tijd gehaat, omdat Hij werd gebruikt als stok om mij te slaan.” Therapie heeft haar geholpen om haar verhaal te ontrafelen. Ze ontdekte dat adoptie op zich niet het probleem was, maar de onveiligheid in het nieuwe gezin.

Adoptie-experts waarschuwen al jaren voor de risico’s. Geadopteerde kinderen hebben vaak een belaste voorgeschiedenis: verwaarlozing, institutionele zorg of trauma in het geboorteland. Ze hebben behoefte aan gespecialiseerde, trauma-informeerde opvoeding. Wanneer dat ontbreekt, kan een adoptiegezin juist een tweede bron van onveiligheid worden.

Mariël’s verhaal bevat herkenbare elementen: parentificatie (het kind dat de emotionele last van de ouders draagt), religieuze dwang, isolatie van buitenwereld en het bagatelliseren van klachten. “Ik leerde al vroeg dat klagen zondig was. Dus zweeg ik.”

Breder maatschappelijk en kerkelijk probleem

Helaas staat Mariël niet alleen. In België en Nederland komen regelmatig verhalen naar buiten over mishandeling binnen adoptiegezinnen, reformatorische of evangelische milieus. Rapporten van de Kinderombudsman en jeugdzorginstanties tonen aan dat signalen van onveiligheid te laat worden opgepikt, zeker wanneer gezinnen een ‘goede naam’ hebben in de kerk.

De kerk staat voor een belangrijke uitdaging. Enerzijds wil ze een veilige haven zijn, anderzijds moet ze durven ingrijpen wanneer kinderen in gevaar zijn. Organisaties zoals de Protestantse Kerk in Nederland en verschillende Vlaamse kerken hebben de afgelopen jaren richtlijnen ontwikkeld voor kindveiligheid, meldplicht en training van vrijwilligers. Maar de uitvoering blijft vaak achter.

Mariël pleit voor concrete maatregelen: