‘Omdat jij de enige bent naar wie hij geld stuurt.’
‘Jij stuurde het.’
‘Nee.’
‘Eline, ik heb twaalf jaar lang jouw naam gezien.’
‘Mijn naam stond in de omschrijving. Dat is iets anders.’
Ze schoof een map naar me toe. Op de voorkant stond met zwarte letters: VERMEER – BETALINGEN.
Binnenin zaten kopieën van facturen, bankafschriften, e-mails en contracten. Mijn ogen gleden over bedragen die ik niet begreep. Honderdduizend euro. Tweehonderdvijftigduizend. Betalingen aan bedrijven in België, Duitsland en Singapore.
‘Wat heeft dit met mij te maken?’
Eline wees naar een document onderaan.
Mijn naam stond bovenaan.
Annelies Vermeer, bestuurder van HN Family Services BV.
Ik voelde mijn maag samentrekken.
‘Dat bedrijf ken ik niet.’
‘Je bent er volgens de Kamer van Koophandel al negen jaar bestuurder van.’
‘Dat is onmogelijk.’
‘Je hebt nooit iets ondertekend?’
‘Nee.’
Ze draaide het document naar me toe. Onder mijn naam stond een handtekening die op de mijne leek, maar te hoekig was. De A was te groot. De laatste letter van mijn achternaam eindigde in een scherpe haal.
‘Dit is niet mijn handtekening.’
‘Dat weet ik.’
‘Wie heeft dit gedaan?’
Eline keek naar de gesloten woonkamerdeur.
‘Ji-hoon.’
Ik ging zitten. De stoel kraakte onder mijn gewicht.
‘Waarom zou hij mij als bestuurder inschrijven?’
‘Omdat hij geld via jou liet lopen.’
‘Ik heb geen bedrijf. Ik heb mijn hele leven op een administratiekantoor gewerkt.’
‘Precies. Je hebt een schoon verleden. Een Nederlandse vrouw van middelbare leeftijd met een gewone baan. Niemand kijkt twee keer naar haar rekening wanneer er geld binnenkomt.’
Mijn mond werd droog.
‘Maar ik heb het geld wel aangenomen.’
‘Dat weet ik.’
De manier waarop ze het zei, was erger dan wanneer ze me had uitgescholden.
Ik keek naar mijn handen. Mijn rechterduim rustte op een vlekje in het hout van de tafel. Ik had dezelfde beweging vroeger gemaakt wanneer Eline haar huiswerk niet had afgekregen: stil zitten, niet vragen, hopen dat het probleem vanzelf kleiner werd.
‘Waarom heb je me nooit gebeld?’
‘Ik heb gebeld.’
‘Wanneer?’
‘Meer dan eens.’
‘Ik heb nooit iets gezien.’
‘Ji-hoon nam je telefoontjes aan. Hij zei dat je niet met me wilde praten.’
Ik staarde haar aan.
‘Dat heb ik nooit gezegd.’
‘Dat weet ik nu.’
Eline opende een tweede map. Daarin zaten afdrukken van berichten.
Mam, ik heb tijd nodig.
Mam, vertrouw hem niet.
Mam, ik kom niet naar huis omdat ik niet alleen ben.
De berichten waren vanaf mijn telefoon ontvangen, maar ik had ze nooit gelezen. Ze stonden in een oud e-mailaccount dat ik na een computercrash niet meer gebruikte.
‘Hoe kwam je hierbij?’
‘Hij heeft een back-up gemaakt van mijn telefoon. Ik vond de bestanden op zijn laptop.’
‘Wanneer?’
‘Twee weken geleden.’
Ze vertelde dat Ji-hoon in 2013 als civiel ingenieur naar Nederland was gekomen. Hij werkte eerst voor een bouwbedrijf in Rotterdam en begon later samen met een Nederlandse zakenpartner een logistiek bedrijf. Zijn specialiteit was vervoer en opslag voor zorginstellingen.
Het bedrijf groeide snel. Te snel.
‘Hij kreeg contracten voor medicijnen, hulpmiddelen en medische apparatuur,’ zei Eline. ‘Daarna begon hij bedragen af te romen. Eerst kleine bedragen. Vijftienhonderd euro hier, zesduizend daar. Hij liet valse facturen maken en gebruikte bedrijven die niet echt iets leverden.’
‘En jij wist daarvan?’
‘In het begin niet.’
Eline werkte vanaf haar vijfentwintigste in zijn administratie. Ze kende de boekhouding, de klanten en de wachtwoorden. Toen ze ontdekte dat facturen werden vervalst, vroeg ze hem ernaar.
‘Hij zei dat het tijdelijke voorschotten waren,’ zei ze. ‘Daarna zei hij dat ik het niet begreep omdat ik geen bedrijf kon leiden.’
‘En toen?’
‘Toen werd hij aardig.’
Dat was het eerste detail dat me werkelijk bang maakte.
Niet schreeuwen. Niet slaan. Aardig worden.
Ji-hoon nam haar mee uit eten. Hij kocht een appartement voor haar. Hij zei dat ze rust nodig had. Vervolgens liet hij haar een volmacht tekenen waarmee hij namens haar zakelijke rekeningen kon beheren.
‘Ik dacht dat ik hem kon controleren,’ zei Eline. ‘Ik was al jaren zijn vrouw. Ik wist hoe hij dacht.’
‘Maar hij controleerde jou.’
‘Ja.’
Ze wreef met haar duim over de rand van de map.
‘De eerste betaling aan jou heb ik zelf goedgekeurd.’
Ik keek op.
‘Wat?’
‘De eerste €80.000. Ik heb die opdracht ondertekend.’
‘Waarom?’
‘Omdat hij zei dat jij met schulden zat.’
‘Dat was ook zo.’
‘Hij wist dat. Hij wist alles over jou. Je hypotheek. De zorgkosten van oma. Zelfs hoeveel je op je spaarrekening had.’
Ik dacht aan de eerste overschrijving. Aan mijn opluchting. Aan de badkamer die ik maanden later liet verbouwen.
‘Je wilde me helpen.’
‘Ik wilde voorkomen dat hij bij jou zou komen.’
‘Dat begrijp ik niet.’
‘Hij had gezegd dat hij je kapot zou maken als je naar de politie ging. Hij zei dat hij bewijs kon fabriceren dat jij hem had geholpen met witwassen. Toen ik hem vroeg hoe hij dat bedoelde, liet hij me de eerste betaling aan jou zien.’
Eline slikte.
‘Hij zei: “Je moeder neemt het geld aan. Als jij praat, wordt zij de eerste die valt.”’
De keuken leek plotseling kleiner. Buiten reed een bus voorbij. De ramen trilden kort in hun kozijnen.
‘Waarom stuurde hij daarna elk jaar meer geld?’
‘Omdat jij bleef aannemen.’
Ik voelde de woorden als een klap, juist omdat ze rustig werden uitgesproken.
‘Ik dacht dat het van jou kwam.’
‘Dat wist hij.’
‘Waarom zei je niets?’
‘Omdat ik bang was dat hij je zou aangeven.’
‘En dus liet je mij geloven dat je me geld stuurde.’
‘Ja.’
Ze keek me nu recht aan.
‘Ik wilde weten of je ooit naar mij zou komen zonder dat er een betaling was.’
Ik kon niets zeggen.
Eline stond op en liep naar het aanrecht. Ze zette een waterkoker aan, hoewel er geen kopje klaarstond.
‘Ik was eenentwintig toen jij zei dat ik niet meer je dochter was als ik met hem trouwde.’
‘Ik was boos.’