De recherche nam de laptop en de documenten mee. Eline werd naar het ziekenhuis gebracht voor een onderzoek, niet omdat ze bewusteloos was of instortte, maar omdat een arts moest vastleggen wat er met haar was gebeurd.
In de wachtkamer rook het naar ontsmettingsmiddel en lauwe koffie. Eline zat met haar handen tussen haar knieën.
‘Je hoeft geen excuses te maken,’ zei ze.
‘Dat ga ik wel doen.’
‘Niet vandaag.’
‘Wanneer dan?’
‘Als je ze niet gebruikt om mij weer te laten zeggen dat het goed met je gaat.’
Ik keek naar de plastic beker in mijn hand. Het deksel was scheef opgedrukt.
‘Het gaat niet goed met me,’ zei ik.
Eline knikte.
‘Dat is tenminste eerlijk.’
Het onderzoek naar Ji-hoon duurde bijna een jaar. De politie vond valse contracten, vervalste handtekeningen en geldstromen naar bedrijven die op papier niets anders deden dan facturen doorsturen.
Hij had ruim drie miljoen euro uit zijn eigen onderneming gehaald. Een deel was verdwenen naar buitenlandse rekeningen. Een ander deel was via HN Family Services BV en mijn rekening gelopen.
De jaarlijkse €80.000 was geen cadeau geweest. Het was een spoor.
Saskia de Wit hielp me een verklaring af te leggen. Ik liet mijn bankafschriften, oude e-mails en de sleutel van het huis zien. Ik moest uitleggen waar ik het geld aan had besteed.
De badkamer. De kozijnen. De zorgkosten van mijn moeder. Een nieuwe auto. De rest stond op een spaarrekening.
Ik had verwacht dat iedereen mij dom zou vinden.
De rechercheur zei alleen: ‘U had moeten vragen waar het vandaan kwam.’
‘Dat weet ik.’
‘Maar u hebt meegewerkt zodra u begreep wat er speelde.’
‘Dat maakt de eerste twaalf jaar niet ongedaan.’
‘Nee,’ zei hij. ‘Maar het maakt wel verschil.’
Ik verkocht mijn huis in Utrecht. Niet omdat de rechtbank het eiste, maar omdat ik er niet meer kon wonen zonder in elke kamer een bedrag te zien.
De badkamer kostte €18.400.
De kozijnen €27.000.
De auto was nog €11.000 waard.
Wat overbleef, werd op een derdenrekening gezet totdat de juridische procedure was afgerond. Een deel ging uiteindelijk terug naar gedupeerde schuldeisers van het bedrijf. Ik protesteerde daar niet tegen.
Eline scheidde van Ji-hoon. Ze kreeg geen groot bedrag mee, geen nieuw leven in één klap en geen wonderbaarlijke genezing. Ze huurde eerst een klein appartement in Leiden en werkte drie ochtenden per week bij een boekhandel.
Ze sliep slecht. Ze schrok wanneer iemand onverwacht achter haar stond. Soms vroeg ze me om weg te gaan terwijl ik nog maar vijf minuten binnen was.
Ik ging dan.
Dat was moeilijker dan blijven.
Ji-hoon werd veroordeeld voor fraude, valsheid in geschrifte en witwassen. Voor de mishandeling en bedreiging kreeg hij een afzonderlijke straf. Zijn verblijfsrecht werd onderzocht, maar Eline zei dat ze daar geen genoegen uit haalde.
‘Ik wil niet dat mijn leven draait om wat er met hem gebeurt,’ zei ze.
In december, een jaar nadat ik de deur van haar huis had geopend, zette ik twee kommen soep op haar keukentafel.
Er stond geen stapel bankafschriften tussen ons in. Geen map. Geen envelop. Alleen brood, boter en een servet dat te klein was voor de tafel.
Eline kwam binnen met natte haren en een boodschappentas.
‘Je bent vroeg,’ zei ze.
‘Je zei dat ik om zes uur mocht komen.’
‘Het is vijf voor zes.’
‘Ik ben ouder geworden.’
‘Dat merkte ik.’
Het was bijna een grap. Bijna.
Ik glimlachte niet meteen. Ik wilde het moment niet groter maken dan het was.
Na het eten haalde Eline een kleine envelop uit haar tas. Mijn naam stond erop.
Mijn handen verstijfden.
‘Het is geen geld,’ zei ze.
‘Dat dacht ik ook niet.’
Ze schoof de envelop naar me toe.
Binnenin zat een nieuwe sleutel.
‘Voor als er ooit iets gebeurt,’ zei ze.
Ik keek naar het metaal in mijn hand. De sleutel was klein, eenvoudig en warm van haar zak.
‘Mag ik hem gebruiken?’
Eline keek naar het raam. Buiten glinsterde de straat onder de regen. Een buurvrouw trok haar gordijnen dicht.
‘Je mag aanbellen,’ zei ze.
Ik knikte.
‘Dat zal ik doen.’
‘En mam?’
‘Ja?’
‘Ik stuur je nooit meer tachtigduizend euro.’
Ik legde de sleutel op tafel.
‘Dat hoef je ook nooit meer.’
Voor het eerst in twaalf jaar keek ze me aan zonder te wachten op een antwoord dat ik niet kon geven.
Daarna schonk ze koffie in. Haar hand trilde nog een beetje, maar ze zette het kopje neer zonder het schoteltje aan te raken.
En ik bleef zitten.