‘Omdat ik dacht dat het mijn dochter was.’
‘Dat maakt juridisch weinig verschil.’
Eline keek naar mij.
‘Hij probeert je bang te maken.’
‘Dat lukt hem niet meer.’
‘Het lukt je wel,’ zei Ji-hoon door de deur.
Die ene zin veranderde de lucht in de gang.
Niet omdat hij hard klonk. Omdat hij zichzelf verbeterde.
‘Het lukt je nog steeds,’ zei hij. ‘Je bent altijd bang geweest voor wat er gebeurt als je de waarheid vertelt.’
Eline liep naar de keuken en haalde een kleine USB-stick uit haar jaszak.
‘Dit is een kopie van zijn laptop,’ zei ze. ‘De originele bestanden staan bij mijn advocaat.’
‘Wie is je advocaat?’
‘Saskia de Wit.’
‘Wanneer heb je haar gesproken?’
‘Gisteren.’
‘En wat heeft ze gezegd?’
‘Dat ik niet meer met hem alleen moest zijn.’
Ji-hoon hoorde haar blijkbaar.
‘Saskia de Wit kan je niet redden.’
‘Dat hoeft ze ook niet,’ zei ik. ‘Ze hoeft alleen maar te zorgen dat de bestanden blijven bestaan.’
Buiten stopte een politieauto. Geen sirene. Alleen blauwe lichten die over de natte stoep gleden.
Ji-hoon hoorde het ook.
‘Jullie maken een fout,’ zei hij.
‘Dat zeggen mensen vaak wanneer ze eindelijk worden tegengehouden,’ antwoordde ik.
De wijkagent vroeg via de intercom of wij ongedeerd waren. Ik deed de ketting los en opende de deur op een kier.
Ji-hoon stond rechtop op de stoep. In zijn ene hand hield hij nog steeds de papieren tas. In de andere hield hij een sleutelbos.
‘Meneer Han,’ zei de agent, ‘u blijft staan waar u staat.’
‘Dit is mijn huis.’
‘Volgens het kadaster staat het op naam van uw echtgenote.’
‘Zij is niet wilsbekwaam.’
Eline kwam naast me staan.
‘Dat is niet vastgesteld.’
De agent keek naar haar gezicht. Zijn blik bleef even rusten op de verkleurde plek onder haar oog.
‘Mevrouw Han, wilt u aangifte doen?’
Ji-hoon glimlachte flauwtjes.
‘Ze weet niet wat ze zegt.’
‘Dat bepaalt u niet,’ zei de agent.
Voor het eerst verloor Ji-hoon zijn kalmte. Niet veel. Alleen zijn mondhoek trok naar beneden.
‘Annelies, jij hebt bijna een miljoen euro van ons ontvangen. Denk goed na voordat je mijn vrouw helpt.’
Ik voelde iets in mij verschuiven.
Jarenlang had ik dat bedrag gezien als bewijs dat Eline aan me dacht. Nu hoorde ik in zijn stem hoe hij het bedoelde: als een ketting.
‘Je hebt me betaald om stil te blijven,’ zei ik.
‘Ik heb je geholpen.’
‘Je hebt mijn naam gebruikt.’
‘Je hebt het geld aangenomen.’
‘Omdat ik dacht dat het van mijn dochter kwam.’
‘Dat was jouw keuze.’
‘Nee,’ zei Eline. ‘Dat was jouw plan.’
De rechercheurs arriveerden tien minuten later. Ze namen Ji-hoon mee voor verhoor. De papieren tas bevatte geen kerstcadeau, maar een laptop en een stapel documenten die hij uit het huis wilde halen.
Op één van de documenten stond opnieuw mijn naam.
Bovenaan stond: Verklaring vrijwillige medewerking.
Onderaan stond een handtekening die niet van mij was.
Dezelfde te grote A. Dezelfde scherpe haal.
Dat was de tweede waarheid die die avond boven tafel kwam: Ji-hoon had niet alleen mijn naam gebruikt voor een bedrijf. Hij had ook geprobeerd een verklaring te maken waarin ik toegaf dat ik wist waar het geld vandaan kwam.
Als hij die verklaring had kunnen laten verdwijnen, zou ik waarschijnlijk als medeplichtige zijn behandeld.