Van der Linden schudde zijn hoofd.
“Niet als hoofddoel.”
“Hij gebruikte het verhaal omdat hij wist dat ik me ervoor zou schamen.”
Dat was misschien het wreedste deel. Hij had een kind dat nog niet geboren was veranderd in een wapen tegen mij. Hij wist precies welke woorden mij zouden breken en bleef ze herhalen totdat ik bijna geloofde dat ik gefaald had.
Maarten en Ria werden dezelfde week gearresteerd.
Ria beweerde dat zij alleen had geprobeerd te helpen. In haar verklaring zei ze dat Maarten “emotioneel instabiel” was geweest en dat ik hem had uitgelokt door geld achter te houden.
“U wist dat hij haar mishandelde,” zei de rechercheur.
“Ik wist dat hun huwelijk moeilijk was.”
“U hoorde hem zeggen dat hij haar zou doden.”
“Dat was een uitdrukking.”
“U zag haar ondersteboven hangen.”
“Maarten zei dat het een behandeling was.”
De rechercheur keek op van zijn dossier.
“Een behandeling?”
“Een oude familietraditie.”
“Waarbij een zwangere vrouw met een riem wordt geslagen?”
Ria haalde haar schouders op.
“U begrijpt onze cultuur niet.”
De rechercheur legde de foto van de schuur op tafel. Het touw lag nog op de vloer. Op de balk zaten vezels van mijn jas.
“Ik denk dat u de Nederlandse cultuur beter begrijpt dan u doet voorkomen.”
Maarten bleef tijdens de eerste zitting zwijgen. Hij zat achter zijn advocaat met zijn hoofd gebogen. Toen hij mij zag, bewoog hij zijn lippen.
Ik kon niet horen wat hij zei.
Later vertelde Anouk dat hij “sorry” had gezegd.
Ik geloofde het niet.
Een sorry zonder waarheid is alleen een nieuwe manier om iemand verantwoordelijk te maken voor jouw opluchting.
De medische rapporten toonden aan dat mijn baby was overleden door ernstig geweld tegen mijn buik. Mijn ruggenwervels waren beschadigd door de langdurige omgekeerde houding. De artsen vonden bovendien oudere bloeduitstortingen en genezende snijwonden die niet door één val konden zijn veroorzaakt.
De verzekeringsmaatschappij diende zelf aangifte in wegens fraude. De bank ontdekte dat Maarten maandenlang geld uit mijn erfenis had overgemaakt naar zijn bedrijfsrekening. Sommige overschrijvingen waren voorzien van de omschrijving “gezinskosten”.
Een nieuwe keuken. Een bestelbus. Aflossingen aan een gokschuld.
Geen van die dingen had iets met ons gezin te maken.
De rechtbank duurde bijna een jaar. Tegen die tijd liep ik nog steeds voorzichtig, met een stok op dagen waarop mijn rug weigerde mee te werken. Mijn dochters woonden bij Anouk in Haarlem, waar ze een kamer deelden met een stapel dekens tussen hun bedden.
Eva vroeg nooit naar haar vader.
Mila wel.
“Komt hij ooit terug?”
“Nee.”
“Ook niet als hij zegt dat hij veranderd is?”
Ik keek naar haar kleine handen, die een boterham met pindakaas vasthielden.
“Veranderen betekent niet dat je andere woorden gebruikt. Het betekent dat je andere dingen doet.”
Ze knikte alsof ze het begreep. Misschien begreep ze het beter dan veel volwassenen.
Tijdens de zitting probeerde Maartens advocaat te beweren dat hij in paniek was geraakt door financiële problemen en dat hij niet werkelijk de bedoeling had gehad mij te doden.
De officier van justitie legde de documenten één voor één neer.
De verzekeringspolis.
De vervalste handtekening.
De bankafschriften.
De geluidsopname.
De camerabeelden.
De foto’s die ik maandenlang stiekem had gemaakt.
Daarna vroeg zij aan Maarten waarom hij de polis had afgesloten voordat hij mij mishandelde.
Hij antwoordde voor het eerst rechtstreeks.
“Omdat Noor alles van mij wilde afpakken.”
De officier keek naar hem.
“Het geld was van haar.”
“Wij waren getrouwd.”
“U wist dat de nalatenschap buiten de gemeenschap van goederen viel.”
Maarten zweeg.
“U wist dat u geen recht had op de woning in Maarssen.”
Hij zweeg opnieuw.
“U wist ook dat uw vrouw de bank wilde informeren over de vervalste lening.”
Zijn advocaat legde een hand op zijn arm.
Maarten trok die weg.
“Zij zou mijn leven vernietigen.”
Ik zat op de publieke tribune. Mijn rug deed pijn, maar ik stond op toen ik mijn verklaring mocht voorlezen.
Ik had geen lange tekst geschreven. Alleen feiten.
Op 3 maart sloeg hij mij voor het eerst.
Op 17 april werd mijn pinpas gebruikt.
Op 2 mei kreeg ik bloedverlies.
Op 14 mei werd de verzekering afgesloten.
Op 15 mei werd ik aan de balk gebonden.
Ik keek naar Maarten.
“U zei dat ik geen gezin verdiende omdat ik u niet vertrouwde. Maar vertrouwen is geen blinddoek. U vroeg mij om mijn ogen te sluiten terwijl u mijn geld, mijn lichaam en mijn kinderen afnam.”
Hij keek naar de tafel.
“Mijn dochter is gestorven voordat zij haar naam kon horen. U noemde haar een mislukking voordat zij geboren was.”
Mijn stem brak niet. Dat verbaasde mij.
“Ik weet niet of u haar ooit als een kind hebt gezien. Ik weet wel dat ik haar vanaf het eerste moment heb beschermd. Ook tegen u.”