DEEL 2 — BABETTE WIST NIET DAT SOPHIE DOOD WAS
Ik reed die nacht niet naar een hotel.
Ik ging naar mijn oudere zus Claire in Haarlem.
Zij opende deur zonder iets te vragen.
Alleen toen ze mijn koffer zag, pakte ze hem uit mijn hand.
‘Logeerkamer.’
Ik knikte.
‘Thee?’
‘Nee.’
‘Wijn?’
‘Ook nee.’
‘Douche?’
Ik begon te huilen.
Dat was blijkbaar het juiste antwoord.
Twee dagen lang sliep ik nauwelijks.
Iedere keer wanneer ik mijn ogen sloot zag ik Sophies vingers rond mijn pink.
Of haar lege bed.
Of Alexander die vroeg waar ze was alsof hij terugkwam van een weekend golfen.
Op derde ochtend belde een onbekend nummer.
Ik wilde niet opnemen.
De voicemail kwam direct.
Babette.
Merel, ik weet dat ik waarschijnlijk de laatste persoon ben van wie je iets wilt horen. Maar ik zweer dat ik niet wist dat Sophie ziek was. Alexander heeft mij verteld dat jij met haar bij je moeder zat omdat je “weer eens overstuur” was. Ik heb pas in jullie hal begrepen wat er gebeurd was. Alsjeblieft, ik heb dingen die jij misschien moet zien.
Ik liet hem drie keer afspelen.
Claire stond in deuropening.
‘Niet alleen gaan.’
‘Ik ga nergens.’
Ik stuurde voicemail naar Lotte van Haren.
Zij belde binnen tien minuten.
‘Geen rechtstreeks gesprek voordat we weten wat ze wil.’
‘Misschien liegt ze.’
‘Kan.’
‘Misschien probeert ze zichzelf te redden.’
‘Waarschijnlijk ook.’
‘Dus?’
‘Mensen kunnen zichzelf proberen te redden en tegelijk waarheid hebben.’
Dat vond ik vervelend verstandig.
We spraken af in haar kantoor.
Babette kwam met eigen advocaat.
Dat verbaasde me positief.
Geen zogenaamd intiem gesprek tussen ‘twee bedrogen vrouwen’.
Zakelijk.
Ze zag er volledig anders uit dan in mijn hal.
Geen gouden armband.
Geen make-up.
‘Het spijt me,’ zei ze.
Ik antwoordde niet.
‘Ik wist dat hij getrouwd was.’
‘Goed begin.’
Ze knikte.
‘Daar ga ik niet over liegen.’
‘Hoe lang?’
‘Tien maanden fysiek. Langer… emotioneel.’
‘En jij geloofde dat ons huwelijk voorbij was?’
‘Hij zei dat jullie alleen nog samen waren vanwege Sophie en vanwege jouw familiefonds.’
Ik voelde woede.
‘Heb je ooit gevraagd of ík dat wist?’
Ze keek omlaag.
‘Nee.’
‘Dan wist je genoeg.’
Tranen kwamen.
Maar ik had geen behoefte ze weg te poetsen.
‘Waarom ben je hier?’
Ze legde een map neer.
‘Omdat Alexander ook tegen mij heeft gelogen.’
Geen verrassing.
‘Over wat?’
‘Bijna alles.’
Hij had verteld dat Bali deels zakenreis was.
Dat de directie alle kosten goedgekeurd had.
Dat zijn huwelijk praktisch beëindigd was.
Dat hij binnen een halfjaar meerderheidsaandeelhouder van Van Dijk Groep zou worden.
‘Hoe?’
Babette haalde een e-mail uit map.
Alexander aan een externe adviseur:
Zodra de herstructurering van de STAK is afgerond en Merel haar benoemingsrechten overdraagt, kunnen we de family governance eindelijk normaliseren.
Mijn handen werden koud.
‘Ik heb nooit ingestemd met overdracht.’
Babette knikte.
‘Hij zei dat je dat na verkoop van divisie zou doen.’
Welke divisie?
Daar kwam volgende document.
Concept-verkoop van Van Dijk Cold Logistics, één van meest winstgevende onderdelen.
Koper:
Northbridge Capital Partners.
Daarachter via participatievennootschap zat een belang van Alexanders persoonlijke holding.
Niet groot.
Maar aanwezig.
‘Hij wilde een bedrijfsonderdeel verkopen aan een investeerder waarin hij zelf meedeed?’
‘Volgens deze stukken indirect.’
Lotte van Haren nam document.
‘Heeft raad dit gezien?’
‘Niet dat ik weet.’
‘Waar kwam dit vandaan?’
‘Zijn zakelijke map. Ik hielp presentaties voorbereiden.’
‘Heb je kopieën rechtmatig?’
Babette’s advocaat antwoordde.
‘Mijn cliënte heeft documenten meegenomen die zij in haar functie ontving en waarvan zij zelf afzender of geadresseerde was. Over andere stukken geven we nu niets af zonder juridische beoordeling.’
Goed.
Voorzichtig.
Er was meer.
Een memo over mijn stemrechten.
Een conceptbrief waarin ik zogenaamd instemde met uitbreiding van Alexanders bevoegdheden.
Niet ondertekend.
Maar mijn naam stond er al onder.
‘Hij zei dat jij die week na Bali zou tekenen,’ zei Babette.
‘Waarom zou ik?’
‘Omdat hij zei dat Sophie naar een internationale school zou gaan en jullie daarvoor “familieconflicten wilden beëindigen”.’
Mijn keel sloot dicht.
Sophie.
Hij gebruikte zelfs haar naam in een plan dat ik nooit kende.
‘Heeft Alexander tijdens Bali iets gezegd over mijn oproepen?’
Babette verstijfde.
‘Ja.’
De kamer werd stil.
‘Wanneer?’
‘Tweede dag.’
‘Wat?’
‘Hij keek naar telefoon en zei dat jij weer tientallen keren belde.’
Ik kon nauwelijks ademen.
‘Dus hij heeft gezien dat ik belde.’
‘Ja.’
‘Heeft hij berichten gelezen?’
‘Dat weet ik niet.’
‘Wat zei hij?’
Babette begon te huilen.
‘Dat je altijd panikeerde als Sophie koorts had.’
Mijn handen trilden.
‘En daarna?’
‘Hij zette telefoon uit.’
Daar.
De waarheid die ik eigenlijk al wist.
Maar horen uit andermans mond maakte hem opnieuw.
‘Waarom zei jij niks?’
‘Ik kende Sophie nauwelijks. Ik geloofde hem.’
‘Je geloofde dat een moeder zevenentachtig keer belt om niets?’
Ze huilde harder.
‘Ik wilde hem geloven.’
Dat was eerlijk.
Laag.
Maar eerlijk.
Aan einde schoof ze gouden armband over tafel.
‘Die heeft hij met corporate card betaald.’
Ik keek ernaar.
‘Hou hem.’
Ze schrok.
‘Wat?’
‘Ik wil hem niet.’
‘Maar—’
‘De onderneming kan terugbetaling vorderen als dat nodig is. Niet ik.’
Ik stond op.
‘Babette, jij hebt mij bedrogen. Daar hoef je jezelf niet kleiner voor te maken.’
Ze keek op.
‘Maar jij hebt Sophie niet gedood.’
Voor het eerst brak haar gezicht volledig.
Ik liep weg.
In lift begon ik te huilen.
Niet omdat ik haar vergaf.
Omdat Alexander wakker was geweest.
Hij had mijn oproepen gezien.
En gekozen voor stilte.