DEEL 3 — ALEXANDER PROBEERDE VAN ROUW EEN PSYCHISCH PROBLEEM TE MAKEN
Vier dagen na zijn thuiskomst kreeg ik een brief van Alexanders advocaat.
Geen condoleance.
Geen voorstel voor gesprek over Sophie.
Een juridisch schrijven.
Daarin stond dat Alexander ‘ernstige zorgen’ had over mijn emotionele stabiliteit en het ‘eenzijdig blokkeren van bedrijfs- en gezinsmiddelen’.
Ik las de zin drie keer.
Daarna belde ik Lotte.
‘Hij noemt me instabiel.’
‘Dat gebeurt vaker dan je denkt wanneer iemand plotseling controle verliest.’
‘Wat doen we?’
‘Niets emotioneels.’
‘Saai.’
‘Effectief.’
Alexander had geen toegang meer tot mijn privérekeningen.
Dat was legaal.
Zijn corporate card was door bedrijf opgeschort als onderdeel van audit.
Niet door mij persoonlijk.
De gezamenlijke huishoudrekening bleef toegankelijk voor normale lasten.
Niemand had hem zonder geld achtergelaten.
Hij verdiende ruim €320.000 per jaar als CEO.
Meer dan genoeg om hotel of advocaat te betalen.
Toch vertelde hij aan Margriet dat ik hem ‘financieel gijzelde’.
Zij belde Claire.
Niet mij.
‘Jouw zus is compleet doorgedraaid.’
Claire antwoordde:
‘Haar dochter is dood.’
‘Dat bedoel ik niet.’
‘Dan had je andere woorden moeten kiezen.’
Margriet hing op.
Ik kreeg later haar voicemail:
Merel, je maakt Sophies dood nu tot excuus om Alexander alles af te pakken wat hij heeft opgebouwd.
Dat was eerste moment waarop ik telefoon tegen muur wilde gooien.
Niet gedaan.
Ik bewaarde bericht.
Niet voor wraak.
Omdat ik eindelijk alles wilde bewaren.
De raad van commissarissen vergaderde zonder Alexander als aanwezige bij eerste auditbespreking.
Daarna mocht hij reageren.
Hij ontkende misbruik.
Bali was volgens hem deels relatiebeheer.
Babette was mee wegens werkzaamheden.
De armband was ‘representatiegeschenk’.
De privévilla was gekozen omdat hotel onvoldoende privacy bood voor onderhandelingen.
Voor welke onderhandelingen?
Daar had hij geen bevredigend antwoord op.
De CFO presenteerde ook vier betalingen aan Aureus Strategic Advisory B.V.
Totaal €418.000 in achttien maanden.
Eigenaar:
Robbert Vos.
Babettes broer.
Babette zei via advocaat dat zij niet wist dat broer zulke bedragen ontving.
Robbert bleek wel degelijk advieswerk te hebben gedaan.
Maar slechts voor ongeveer €110.000 aantoonbaar.
De rest:
vage ‘success fees’.
Daar kwam nog een lening van €600.000 aan Verhoeven Participaties B.V.
Alexanders holding.
Goedgekeurd via een document waarop mijn digitale handtekening stond.
Ik had dat document nooit gezien.
Toen forensisch onderzoek begon, probeerde Alexander verhaal te veranderen.
Mijn instemming zou mondeling zijn geweest.
‘Wanneer?’ vroeg de auditcommissie.
‘Tijdens vakantie in Toscane.’
Ik was dat jaar niet in Toscane geweest.
Sophie had longontsteking en wij waren thuis gebleven.
Kleine details.
Leugens struikelen uiteindelijk over agenda’s.
De raad schorste Alexander als CEO voor drie maanden, verlengbaar zolang onderzoek liep.
Niet ontslagen.
Hij bleef werknemer.
Hij kreeg salaris conform afspraken, met beperking van bonus en variabele beloning.
Hij belde mij direct.
‘Dit is jouw werk.’
‘Nee.’
‘Hou op.’
‘Je documenten zijn jouw werk.’
‘Jij beheerst de raad.’
‘Ik benoem een deel van bestuur via familieholding. De raad heeft zelfstandig besloten.’
‘Omdat jij ze ophitst.’
‘Alexander.’
‘Wat?’
‘Onze dochter is nog geen twee weken dood.’
Stilte.
‘En jij belt me omdat je titel kwijt bent.’
Hij hing op.
Die avond besloot ik definitief dat er geen huwelijk meer te redden viel.
Niet door affaire.
Niet door Bali.
Niet door geld.
Door volgorde.
Sophie was dood.
En hij bleef zichzelf het grootste slachtoffer vinden.