Deel 4 – Wat haar vader werkelijk had beschermd
Op de zevende dag kwamen Julian en Marianne terug in Nederland.
Hun vakantie was eerder geëindigd dan gepland.
Niet uit bezorgdheid.
Hun laatste hotelbetaling was geweigerd en de reisorganisatie had aanvullende zekerheid gevraagd.
Toen ze de oprijlaan van de villa bereikten, merkte Julian dat het hek niet op de gebruikelijke manier reageerde.
De oude toegangscode werkte niet.
Hij belde aan.
Er verscheen een beveiliger die door de beheerder van de woning was ingehuurd.
‘Goedemiddag. Kan ik u helpen?’
Julian keek verbaasd.
‘Ik woon hier.’
De beveiliger bleef beleefd.
‘Er is mij door de beheerder meegedeeld dat u geen toestemming heeft om naar binnen te gaan. Als u daar bezwaar tegen heeft, moet u contact opnemen met uw advocaat.’
‘Mijn vrouw is hier.’
‘Nee, meneer. Mevrouw is niet aanwezig.’
Marianne stapte uit de auto.
‘Wat is dit voor belachelijke vertoning?’
Julian probeerde Claire te bellen.
Haar oude nummer werd niet opgenomen.
Daarna opende hij zijn bankapp.
De gezamenlijke rekening was nog zichtbaar, maar de resterende beschikbare ruimte was beperkt en bepaalde transacties waren geblokkeerd in afwachting van onderzoek.
De creditcard die aan zijn eigen rekening was gekoppeld, zat inmiddels vrijwel aan de limiet.
Hij belde de bank.
Hij belde zijn advocaat.
Daarna belde hij nogmaals bij de villa aan.
‘Ik eis dat u opendoet!’
De beveiliger herhaalde dat hij geen toegang kon geven.
Marianne keek om zich heen, zichtbaar bang dat de buren zouden meekijken.
‘Julian, doe iets.’
Hij draaide zich naar haar om.
‘Wat denk je dat ik probeer?’
Voor het eerst klonk er geen zelfvertrouwen in zijn stem.
Die middag ontving Julian een formele brief van Claire’s advocaat.
Daarin stond dat Claire veilig was, dat er aangifte was gedaan en dat zij juridische stappen zette om hun huwelijk te beëindigen.
Ook werd hij geïnformeerd over de geboorte van zijn dochter.
Julian las de brief twee keer.
‘Sophie,’ zei hij zacht.
Marianne keek op.
‘Wat?’
‘De baby is geboren.’
Zijn moeder pakte het papier uit zijn handen.
‘Nu al?’
‘Vier dagen geleden.’
Ze ging op de rand van een lage stenen plantenbak zitten.
‘Maar ze zou pas over zes weken…’
Julian staarde naar de voordeur.
Hij dacht aan Claire’s woorden op de ochtend van hun vertrek.
Ik heb een afspraak in het ziekenhuis.
En aan hoe hij had geantwoord dat ze overdreef.
Het was het eerste moment waarop de gevolgen van zijn daden niet meer in euro’s waren uit te drukken.
Drie dagen later mocht Claire met begeleiding van Eva naar het kantoor van notaris Vermeer.
Sophie lag nog in het ziekenhuis, maar maakte vooruitgang.
De notaris had een envelop klaargelegd.
Op de voorkant stond met de hand geschreven:
Voor mijn dochter Claire. Wanneer je klaar bent om te begrijpen waarom ik sommige dingen niet eerder heb verteld.
Claire herkende het handschrift onmiddellijk.
Ze hield de envelop tussen haar vingers.
‘Waarom heeft hij dit niet gewoon met me besproken?’