Deel 5 – Wat er overbleef toen het geld verdween
De ontmoeting vond twee weken later plaats in een rustig café in Utrecht.
Claire was inmiddels met Sophie uit het ziekenhuis ontslagen, maar haar dochter was nog kwetsbaar en had veel rust nodig.
Daarom was Sophie bij Eva gebleven, terwijl Claire voor een kort gesprek naar Utrecht reisde.
Elise zat al aan een tafeltje bij het raam.
Ze stond op toen Claire binnenkwam.
Even zeiden ze niets.
Claire herkende haar meteen van de foto.
Maar in het echt vielen vooral haar ogen op.
Die hadden precies dezelfde grijsblauwe kleur als die van Hendrik.
‘Hallo,’ zei Elise.
‘Hallo.’
Ze gaven elkaar een wat onhandige hand.
Daarna gingen ze zitten.
Een serveerster bracht koffie.
Claire had onderweg veel vragen bedacht.
Nu wist ze niet waarmee te beginnen.
Elise hielp haar.
‘Ik neem aan dat je behoorlijk boos bent.’
Claire keek op.
‘Op jou?’
‘Op de hele situatie.’
Claire roerde in haar koffie.
‘Op mijn vader wel. Soms.’
Elise knikte.
‘Dat begrijp ik.’
‘Wist je altijd dat ik bestond?’
‘Sinds mijn tienerjaren. Mijn moeder heeft het me verteld.’
‘En heb je hem vaak gezien?’
‘Af en toe. Verjaardagen. Een lunch. Soms kwam hij naar een voorstelling van mijn kinderen.’
Claire keek verrast.
‘Je hebt kinderen?’
‘Twee. Een zoon van zestien en een dochter van dertien.’
Voor het eerst glimlachte Claire.
‘Dan is Sophie dus niet de enige kleindochter.’
‘Nee.’
Ze zwegen.
Daarna haalde Elise een kleine foto uit haar tas.
Hendrik stond in een tuin, met een veel jongere Elise naast zich.
‘Hij kon slecht praten over moeilijke dingen,’ zei Elise. ‘Als hij iets goed wilde maken, nam hij je mee uit eten. Of hij gaf je iets. Maar excuses aanbieden vond hij ingewikkeld.’
Claire moest onverwacht lachen.
‘Dat klopt precies.’
‘En hij was altijd te vroeg.’
‘Minstens twintig minuten.’
Ze keken elkaar aan.
Iets van de afstand tussen hen verdween.
Niet alles.
Daarvoor waren er te veel verloren jaren.
Maar er was een begin.
‘Ik wil je iets zeggen,’ zei Elise.
Claire wachtte.
‘Ik ben niet gekomen om je het leven moeilijk te maken. De regeling rond het vermogen ligt vast. Wat mij betreft hoeft geld niet tussen ons te staan.’
Claire legde haar handen om de warme koffiekop.
‘Dat dacht ik eerst wel. Toen ik hoorde dat er nog iemand was.’
‘Dat begrijp ik.’
‘Mijn man heeft van geld iets gemaakt waar ik nauwelijks nog normaal over kon praten.’
Elise knikte.
‘De notaris heeft me verteld dat je een moeilijke tijd achter de rug hebt. Niet de details.’
Claire vertelde in het kort wat Julian had gedaan.