MIJN MAN WEIGERDE MIJ ETEN OP DE BRUILOFT VAN ZIJN ZUS

‘Die financiering.’

‘Jullie vroegen.’

‘Je wist dat als bedrijf convenanten schond, jij zeggenschap kreeg.’

‘Dat stond in contract dat jullie eigen advocaten onderhandelden.’

‘Geen van ons dacht dat jij het ooit zou activeren.’

‘Ik ook niet.’

‘Maar nu doe je alsof Van der Veen van jou is.’

‘Nee.’

‘Wat dan?’

‘Alsof contracten tellen.’

Ze sloeg tas op tafel.

‘Carlijn heeft schulden door bruiloft.’

‘Dat spijt me.’

‘Jij kunt die gewoon betalen.’

‘Waarom zou ik?’

‘Omdat jij feest verpest hebt.’

‘Ik heb geen betaling geweigerd.’

‘Door jouw convenanten kon geld niet worden overgemaakt.’

Daar zat stukje.

De groep had inderdaad geen dividend of familievoorschot mogen doen zonder goedkeuring.

Victoria had verwacht dat holding bruiloftsrekening zou voldoen.

Marieke had dat geweigerd omdat het privé-uitgave was.

Victoria had vervolgens eigen rekening onvoldoende aangevuld.

‘Dus bedrijf betaalde bruiloft niet.’

‘Het is familiebedrijf.’

‘Geen familieportemonnee.’

Ze keek alsof ik andere taal sprak.

‘Je wordt gemeen.’

‘Nee.’

‘Vroeger was je dankbaar.’

‘Waarvoor?’

‘Voor Daan.’

Ik voelde tien jaar over me heen vallen.

‘Ik heb uw zoon tien jaar liefgehad.’

‘En hij heeft jou uit die flat gehaald.’

‘Welk flat?’

‘Dat armoedige appartement in Oost.’

Mijn eerste appartement.

Twee slaapkamers.

Eigendom.

Volledig afbetaald toen ik het later verkocht voor ruim zes ton.

‘U bedoelt mijn koopwoning?’