MIJN MAN WEIGERDE MIJ ETEN OP DE BRUILOFT VAN ZIJN ZUS

Ik keek naar haar.

Zij droeg inmiddels haar eigen kleding.

‘Zij woont hier niet.’

Nathalie zei:

‘Ik ga wel.’

Daan draaide zich om.

‘Nee.’

‘Daan, ik ga.’

‘Blijf.’

‘Nee.’

Voor het eerst zag ik dat relatie tussen hen misschien ook niet het romantische meesterplan was dat Nathalie dacht.

‘Sanne,’ zei hij, ‘jij hebt vanavond genoeg gedronken.’

‘Ik heb twee glazen water gehad.’

‘Je bent emotioneel.’

‘Mijn man heeft me voor honderd mensen uitgescholden en ik tref zijn zwangere minnares in mijn bed. Ik zou emotioneel mogen zijn.’

‘Daarom moeten we morgen praten.’

‘Via advocaten.’

‘Hou op met dat woord.’

‘Welk?’

‘Advocaten.’

Ik glimlachte bijna.

‘Dat gaat een lastig jaar voor je worden.’

Nathalie pakte haar tas.

Voor ze vertrok, zei ze:

‘Ik wist niet dat huis van jou was.’

‘Dat geloof ik.’

‘Daan zei—’

‘Ik weet wat Daan zegt.’

Ze liep weg.

Daan wilde haar achterna.

Toen keek hij naar mij.

Keuze.

Minnares.

Vrouw.

Bedrijf.

Huis.

Voor het eerst kon hij niet alles tegelijk beheersen.

‘Je hebt dit gepland,’ zei hij.

‘Wat?’

‘Die bruiloft. Van den Berg. De papieren. Alles.’

Ik lachte.

‘Jij hebt bord op grond gegooid.’

‘Omdat je me voor schut zette.’

‘Door eten te vragen?’

‘Je zat daar expres zielig.’

Dat was bijna fascinerend.

In zijn hoofd was mijn honger een aanval op hem.

‘Waarom kreeg ik eigenlijk geen eten?’

Hij zweeg.

‘Wie gaf instructie?’

‘Mam.’

‘Waarom?’

‘Omdat ze kwaad was.’

‘Waarover?’

‘Dat jij vrijdag niet tekende.’

Daar.

‘Welke stukken?’

Hij keek weg.

‘Administratief.’

‘Nee.’

Ik stapte dichterbij.

‘Zeg het.’

‘De stemrechten.’

‘Dus jullie wilden me op bruiloft vernederen omdat ik niet snel genoeg afstand deed van stemrechten waarvan jij me niet eens verteld had dat ik ze bezat?’

‘Ze zijn tijdelijk.’

‘Contractueel.’

‘Je begrijpt bedrijf niet.’

Ik voelde iets in mij breken.

Niet verdriet.

De laatste draad waarmee ik nog dacht dat deze man misschien gewoon onder invloed van zijn moeder slechte keuzes maakte.

‘Ik ben registeraccountant, Daan.’

‘Niet in transport.’

‘Een balans verandert niet van taal zodra vrachtwagens erop staan.’

Hij kneep ogen dicht.

‘Zonder mijn familie had jij dit allemaal nooit gehad.’

Ik keek naar huis.