MIJN MAN WEIGERDE MIJ ETEN OP DE BRUILOFT VAN ZIJN ZUS

DEEL 2 — DE VILLA DIE VAN NIEMAND WAS, BEHALVE OP PAPIER VAN MIJ

Daan keek naar de akte alsof ik hem een vervalst paspoort liet zien.

‘Waar heb jij dit vandaan?’

‘Kadaster.’

‘Onzin.’

‘Wil je nummer?’

Hij trok papier uit mijn hand.

Mijn advocaat Mara de Wit stond twee meter achter mij.

De slotenmaker was beneden.

Een wijkagent die vanwege mogelijke escalatie was gekomen, bleef in hal.

Geen leger.

Geen bodyguards.

Gewoon een zeer ongemakkelijke Nederlandse nacht waarin een huwelijk, een zwangerschap en een vastgoedakte tegelijk op tafel lagen.

Nathalie was inmiddels uit bed gekomen.

‘Daan?’

Hij negeerde haar.

‘Sanne, jij weet dondersgoed dat dit familiebezit is.’

‘De juridische eigenaar is SDJ Vastgoed B.V.’

‘Omdat wij het tijdelijk op jouw naam hebben gezet.’

Mara zei:

‘Niet op haar naam. Op naam van haar vennootschap.’

Daan keek haar woedend aan.

‘Wie bent u?’

‘Haar advocaat.’

Dat woord deed iets met hem.

‘Op onze bruiloft?’

‘Nee. Op die van uw zus.’

‘U begrijpt dit niet.’

‘Dat mag een rechter beoordelen als nodig.’

Ik pakte akte terug.

Drie jaar eerder was de villa inderdaad overgedragen.

Niet om schuldeisers te ontlopen zoals Alexander eerst kort had samengevat in ons gesprek — dat zou juridisch veel problematischer zijn geweest.

De echte constructie was anders.

Van der Veen Vastgoed had liquiditeit nodig.

Mijn BV kocht villa tegen een onafhankelijke taxatiewaarde van €2,15 miljoen.

Met mijn geld.

Van der Veen gebruikte verkoopopbrengst om bankleningen af te lossen.

Victoria kreeg contractueel gebruiksrecht tegen lage, maar reële vergoeding.

Daan en ik kregen gebruik vanwege huwelijk.

Ik had de aankoopakte getekend.

Ik wist dus rationeel dat mijn BV eigenaar was.

Maar Daan had altijd gezegd:

‘Het is alleen technisch. Feitelijk blijft dit moeders huis.’

En ik had dat geaccepteerd.

Opnieuw dat woord:

technisch.

Blijkbaar had ik tien jaar lang geleerd dat iedere waarheid die Daan niet goed uitkwam ‘technisch’ was.

‘Je kunt mij hier niet uitzetten,’ zei hij.

‘Dat doe ik vannacht ook niet.’

Hij knipperde.

Waarschijnlijk had hij schreeuwen verwacht.

‘Wat dan?’

‘Ik pak mijn spullen.’

‘En Nathalie?’