De map met haar naam verscheen.
Daarin stonden honderden foto’s en filmpjes.
Boris in de sneeuw.
Lotte op haar eerste zwemles.
Een mislukte poging om koekjes te bakken.
En onderaan een video met de datum van de vorige middag.
21 november.
16.42 uur.
Het bestand was 47 seconden lang.
Ik klikte erop.
Het beeld begon met het plafond van een garage.
Ik hoorde Lottes stem.
‘Boris, niet doen. Dat is mijn veter.’
Toen werd het beeld schuin.
Er klonk een mannenstem.
‘Wat doe jij hier?’
Daan.
Een andere stem volgde.
‘Heeft ze dat ding aanstaan?’
Willem.
Het beeld schokte.
Lotte riep dat ze haar fiets kwam halen.
Daarna klonk een harde tik en werd het scherm zwart.
Maar het geluid liep nog enkele seconden door.
‘Maak dat ding kapot,’ hoorde ik Willem zeggen.
‘Dat heb ik gedaan.’
Daan.
Vervolgens hoorde ik Marije.
‘Ze heeft toch niets gezien?’
Willem antwoordde:
‘Dat weten we niet.’
Er viel een korte stilte.
En toen zei mijn vrouw:
‘Dan moet je zorgen dat ze haar mond houdt.’
Het bestand eindigde.
Ik speelde het opnieuw af.
En nog een keer.
Bij de vierde keer moest ik opstaan omdat ik misselijk werd.
Ik had gehoopt dat Lotte iets verkeerd had begrepen.
Dat ze in paniek een situatie verkeerd had geïnterpreteerd.
Dat haar moeder misschien verlamd was geweest door angst.
Maar op die opname hoorde ik geen paniek.
Ik hoorde overleg.
Mijn vrouw had niet alleen toegekeken.
Ze had de woorden uitgesproken die haar broer een reden gaven om door te gaan.
Ik sloot de laptop niet.
Ik belde de rechercheur die mij de avond ervoor zijn kaartje had gegeven.
‘Ik heb mogelijk een opname,’ zei ik.
Binnen twee uur werd het digitale bestand veiliggesteld en werd met mij besproken hoe de oorspronkelijke gegevens konden worden bewaard.
De rechercheur, inspecteur Eva Koster, een vrouw van 46 met een rustige stem, stelde enkele vragen.
‘Wie heeft toegang tot dit account?’
‘Alleen ik. Mijn dochter kent het wachtwoord niet.’
‘Heeft uw vrouw ervan geweten?’
‘Dat er een back-up bestond, ja. Maar ik denk niet dat ze wist dat video’s automatisch werden opgeslagen.’
Eva knikte.
‘Heeft u het bestand veranderd?’
‘Nee.’
‘Goed. Doe dat ook niet.’
Ik aarzelde.
‘Is dit genoeg?’
Ze keek me aan.
‘Het ondersteunt belangrijke onderdelen van uw verhaal. Maar we gaan zorgvuldig onderzoeken wat er precies is gebeurd. Uw dochter verdient dat we geen stappen overslaan.’
Ik knikte.
Pas toen besefte ik hoeveel ik had gehoopt dat iemand anders zou zeggen dat alles vanaf nu goed zou komen.
Maar het onderzoek was nog maar net begonnen.
En de volgende verrassing kwam niet uit de garage.
Die kwam uit mijn eigen huis.
Dezelfde middag kreeg ik een telefoontje van mijn boekhouder, Henk Brouwer.
Hij verzorgde al acht jaar mijn administratie.
‘Thomas, is er iets aan de hand met je zakelijke rekening?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Ik ben de kwartaalstukken aan het nakijken. Er staan betalingen tussen die ik niet herken.’
‘Welke betalingen?’
‘Aan een onderneming die Van Houten Technisch Beheer heet.’
Ik fronste.
‘Dat is toch een bedrijf van Willem?’
‘Volgens de omschrijving gaat het om advieskosten. Er zijn de afgelopen veertien maanden meerdere bedragen overgemaakt.’
‘Hoeveel?’
Henk zweeg even.
‘In totaal iets meer dan 86.000 euro.’
Ik ging zitten.
‘Dat is onmogelijk.’
‘Ik heb de bankafschriften hier.’
Mijn bedrijf was gezond, maar 86.000 euro was voor mij een enorm bedrag.
Ik had nooit zulke opdrachten aan het bedrijf van mijn schoonvader verstrekt.
‘Wie heeft die betalingen goedgekeurd?’ vroeg ik.
‘Dat is precies wat ik wil uitzoeken.’
Marije deed thuis soms de administratie als ik lange dagen maakte.
Ze kende mijn wachtwoorden.
Jaren geleden had ik haar zelfs toegang gegeven tot de zakelijke bankomgeving omdat ik dacht dat we als echtgenoten niets voor elkaar hoefden te verbergen.
Ik had haar vertrouwd.
Opnieuw.
‘Henk, ik kom eraan.’
Bij hem op kantoor lagen de afschriften al klaar.
De betalingen waren verspreid over ruim een jaar. Soms 3.800 euro, soms 7.250 euro. Telkens met een factuurnummer dat op papier zakelijk en volkomen normaal leek.
Maar ik herkende geen enkele factuur.
Henk draaide zijn computerscherm naar me toe.
‘Er is meer.’
Hij opende een map met documenten die hij kort daarvoor had opgevraagd.
Daarin stond een conceptovereenkomst tussen mijn eenmanszaak en een vastgoedonderneming van Willem.
Volgens dat document zou ik verantwoordelijk worden voor de elektrische veiligheid van een reeks oude bedrijfspanden.
Ook voor installaties die mijn bedrijf nooit had geïnspecteerd.
Onderaan stond mijn naam.
En een handtekening die op de mijne leek.
Ik bekeek het papier.
‘Die handtekening is niet van mij.’
‘Weet je dat zeker?’