„Dat je dit waarschijnlijk zou doen.”
Sophie lachte ongelovig.
„Acht maanden geleden wist mama dat ik een witte jurk zou dragen?”
„Niet letterlijk.”
Ik keek naar de envelop.
„Maar ze wist hoe wij waren geworden.”
Ik herinnerde me mijn laatste echte gesprek met mama.
Ze lag toen thuis in haar bed.
Haar gezicht was smaller geworden. Haar handen waren koud.
Ik had naast haar gezeten terwijl ze met mijn verlovingsring speelde.
„Je gaat toch trouwen?” had ze gevraagd.
Ik had geprobeerd te lachen.
„Dat is meestal de bedoeling na een verloving.”
Ze glimlachte.
Toen werd ze ernstig.
„En je zus?”
Ik had niets gezegd.
Mama wist genoeg.
Ze pakte mijn hand.
„Claire, beloof me iets.”
„Wat?”
„Maak jezelf op je trouwdag niet kleiner om Sophie groter te laten voelen.”
Ik had gehuild.
„Mama…”
„Beloof het.”
Dus beloofde ik het.
Nu stond Sophie voor me.
In wit.
Precies zoals mama misschien niet had voorspeld, maar wel had gevreesd.
Dominee Van Leeuwen keek haar aan.
„Wil je dat ik doorga?”
Een lange stilte volgde.
Sophie keek naar de lege stoel op de eerste rij.
Mama’s blauwe sjaal lag er nog steeds.
Haar gezicht veranderde.
De woede verdween niet.
Maar er kwam iets onder vandaan.
Iets veel ouder.
„Lees maar,” fluisterde ze.
De dominee knikte.
„Sophie, ik denk dat ik weet waarom je dit doet.”
Mijn zus sloot haar ogen.
„Je bent bang.”
Ze opende ze weer.
„Je bent bang dat als iemand anders wordt gekozen, jij automatisch wordt afgewezen.”
Ik voelde Daan mijn hand vastpakken.
„Je bent bang dat als iemand anders mooi is, jij minder mooi wordt. Als iemand anders succesvol is, jij hebt gefaald. Als iemand anders liefde krijgt, er minder liefde voor jou overblijft.”
Sophie begon nu openlijk te huilen.
Niemand lachte.
Niemand fluisterde.
„Maar zo werkt liefde niet.”
Dominee Van Leeuwens stem werd zachter.
„Ik wou dat ik je dat eerder had kunnen leren.”
Sophie keek naar de lege stoel.
„Mama…”
Het woord brak in haar keel.
„Er is nog iets,” las de dominee.
„Ik heb twee dingen achtergelaten. Eén voor Claire en één voor jou.”
Mijn hoofd schoot omhoog.
Dat wist ik niet.
Dominee Van Leeuwen keek naar mij.
Hij glimlachte nauwelijks zichtbaar.
Toen haalde hij uit de envelop een klein gevouwen briefje.
„Claire heeft haar deel al gekregen zonder het te weten.”
Ik fronste.
De dominee wees naar de blauwe sjaal.
„Je moeder heeft gevraagd dat die vandaag op haar stoel zou liggen.”
Mijn ogen vulden zich onmiddellijk met tranen.
„Voor Sophie heeft ze iets anders achtergelaten.”
Hij keek naar Lotte.
Mijn getuige liep naar een kleine kast naast de eerste rij en haalde er een smalle houten doos uit.
Sophie staarde ernaar.
„Wat is dat?”
Lotte gaf de doos aan de dominee.
Hij hield hem naar Sophie uit.
„Deze is voor jou.”
Ze nam hem aarzelend aan.
Haar vingers trilden zo hevig dat ze het slotje nauwelijks open kreeg.
Binnenin lag een zilveren armband.
Eenvoudig.
Dun.
Met twee kleine hangertjes.
Sophie pakte hem op.
Op het ene hangertje stond een C.
Op het andere een S.
Claire en Sophie.
Mijn adem stokte.
Ik kende die armband.
Mama had hem gedragen toen wij klein waren.
Sophie ook.
Ze keek naar mij.
„Ze heeft hem bewaard?”
Ik knikte langzaam.
„Blijkbaar.”
Onder de armband lag nog een briefje.
Sophie pakte het zelf.
Deze keer las zij.
Haar stem trilde.
„Mijn meisjes hoeven niet hetzelfde licht te hebben om samen te kunnen stralen.”
Ze stopte.
Haar gezicht vertrok.
Toen brak er iets.
Niet op de dramatische manier waarop Sophie altijd emoties liet zien wanneer ze wist dat mensen keken.
Geen hand tegen haar voorhoofd.
Geen theatrale snik.
Ze zakte gewoon op de eerste bank.
De witte jurk waaierde om haar heen.
En ze huilde.
Echt.