Mijn getuige glimlachte.
„Eindelijk.”
Ze verdween door een zijdeur.
Sophie keek wantrouwig.
„Wat heb je gedaan?”
„Ik kende je goed genoeg om een reserveplan te hebben.”
Lotte kwam terug met een kledinghoes.
Ze ritste hem open.
Binnenin hing een jurk.
Diepblauw.
De kleur van mama’s sjaal.
Sophie sloeg haar hand voor haar mond.
„Nee.”
„Jawel.”
„Claire…”
„Mama heeft die kleur altijd mooi bij je gevonden.”
Ze raakte de stof aan.
„Heb jij deze ook gekocht?”
„Ja.”
„Dus je wist echt dat ik die witte zou aantrekken.”
„Ik hoopte dat je het niet zou doen.”
„Maar je wist het.”
Ik keek haar aan.
„Ik kende je.”
Ze knikte.
Dat deed pijn.
Dat zag ik.
Maar sommige waarheden moeten pijn doen voordat ze iets veranderen.
Sophie pakte de blauwe jurk.
Toen bleef ze staan.
„Waarom doe je dit?”
„Wat?”
„Waarom laat je me blijven?”
Ik keek naar mama’s stoel.
„Omdat zij zou willen dat je hier was.”
„En jij?”
Dat was moeilijker.
Ik keek mijn zus aan.
„Ik wil dat de Sophie die straks terugkomt hier is.”
Ze begreep het.
Niet de vrouw die mijn bruiloft binnenkwam om aandacht te stelen.
Mijn zus.
„Geef me vijf minuten.”
„Neem er tien.”
Ze verdween.
Twintig minuten later begon mijn bruiloft.
Ja, twintig.
Sophie was nog steeds Sophie.
Toen de deuren opnieuw opengingen, droeg ze de blauwe jurk.
Haar gezicht was gewassen.
De zware make-up was verdwenen.
Haar haar zat nog steeds prachtig, maar iets losser.
Om haar pols droeg ze mama’s zilveren armband.
Ze liep niet door het middenpad alsof ze applaus verwachtte.
Ze liep rustig naar voren.
Toen ze langs mama’s lege stoel kwam, stopte ze.
Ze boog zich voorover.
Pakten de blauwe sjaal.
En drukte haar lippen ertegen.
Daarna legde ze hem terug.
Toen kwam ze naast me staan.
„Je ziet er mooi uit,” fluisterde ze.
Ik keek naar haar.
„Jij ook.”
Ze glimlachte.
„Niet mooier dan jij?”
Ik trok één wenkbrauw op.
Haar glimlach verdween meteen.
„Sorry. Slechte timing.”
Ik begon te lachen.
Daan ook.
Zelfs dominee Van Leeuwen moest glimlachen.
En zo begon mijn huwelijk.
Niet perfect.
Maar echt.
Na de ceremonie gebeurde er iets waar ik niet op had gerekend.
Sophie verdween opnieuw.
Ik dacht dat ze misschien naar haar hotel was gegaan.
Maar tijdens het diner tikte ze tegen haar glas.
Mijn maag draaide onmiddellijk om.
„O nee,” fluisterde ik.
Daan grijnsde.
„Vertrouw je haar?”
„Vraag me dat over vijf minuten nog eens.”
Sophie stond op.
De zaal werd stil.
„Voor iedereen die mij vanmorgen in een witte jurk heeft gezien…”
Een paar mensen lachten ongemakkelijk.
„Ja. Dat was precies zo erg als het eruitzag.”
Nu lachten meer mensen.
Sophie keek naar mij.
„Mijn zus heeft haar hele leven ruimte voor mij gemaakt. Zelfs wanneer ik die ruimte gebruikte om haar weg te duwen.”
Mijn ogen prikten.
„Vandaag probeerde ik opnieuw iets van haar af te pakken.”
Ze schudde haar hoofd.
„En zij gaf me iets terug.”
Ze raakte de armband aan.
„Mijn moeder.”
De zaal werd stil.
„Claire, ik kan niet ongedaan maken wat ik heb gedaan. Niet vandaag. Niet de afgelopen jaren. Maar ik kan stoppen met doen alsof jouw geluk iets van mij afneemt.”
Ze hief haar glas.
„Dus op mijn zus.”
Ze keek naar Daan.
„En op de man die blijkbaar gek genoeg is om vrijwillig in onze familie te trouwen.”
Gelach vulde de zaal.
Daan hief zijn glas.
„Te laat om terug te krabbelen.”
Sophie glimlachte.
„Op Claire en Daan. Moge jullie nooit vergeten dat liefde geen wedstrijd is.”
Iedereen dronk.
Ik huilde.
Natuurlijk beweerde Lotte later dat mijn mascara het had overleefd.
Dat was een leugen.
De maanden na de bruiloft waren niet magisch.
Dat is belangrijk.
Sophie veranderde niet plotseling in een totaal ander mens.
Ze werd nog steeds jaloers.
Soms maakte ze een opmerking waarvan ik dacht: daar gaan we weer.
Maar het verschil was dat ze zichzelf begon te betrappen.
Toen Daan en ik drie maanden later vertelden dat we een huis buiten Haarlem hadden gevonden, zei ze:
„Natuurlijk vinden jullie meteen iets perfects.”
Ze stopte.
Ademde in.
„Sorry. Opnieuw.”
Ik glimlachte.
„Opnieuw.”
Ze probeerde het nog eens.
„Ik ben blij voor jullie.”
„Dank je.”