‘Omdat ik in de inkoopcommissie zit.’
‘Er is vannacht bijna een vrouw overleden door een pomp die niet aan haar gekoppeld had mogen zijn.’
Lars keek naar de twee arts-assistenten bij het raam. ‘Praat zachter.’
‘Waarom?’
‘Omdat je jezelf voor gek zet.’
Hij zette het lepeltje op het schoteltje. Precies in het midden.
‘Je bent moe, Noor. Dat was tijdens ons huwelijk al een probleem. Je ziet patronen wanneer je te lang wakker bent.’
Mijn hand sloot zich om het kartonnen koffiebekertje. Het deksel kraakte.
‘Je hebt gelijk,’ zei ik. ‘Ik zie er nu één.’
Zijn mond werd smaller.
Toen ik terugliep naar Margriets kamer, stond Daan in de gang te bellen. Hij beëindigde het gesprek zodra hij mij zag.
‘Mijn moeder wordt vanmiddag overgeplaatst naar een privékliniek.’
‘Dat is medisch niet nodig.’
‘Dat bepaal ik liever zonder uw afdelingshoofd.’
‘U bepaalt niets. Uw moeder is wilsbekwaam.’
Vanuit haar kamer klonk Margriets stem: ‘En ze wil hier blijven.’
Daan kneep kort zijn ogen dicht.
‘Ze geniet hiervan,’ zei hij.
‘Waarvan?’
‘Mij eraan herinneren dat geld geen ouderlijk gezag koopt.’
Ik had bijna geglimlacht. Toen hij zijn telefoon in zijn jaszak stak, zag ik dat zijn hand trilde.
‘Er zijn eerder storingen geweest,’ zei ik zacht. ‘Kleine afwijkingen. Verkeerde alarmmeldingen, ontbrekende registraties, doseringen die na synchronisatie veranderden.’
‘Hoeveel?’
‘Zes meldingen in twee maanden. Allemaal gesloten als gebruikersfout.’
‘Door wie?’
Ik hoefde Pieters naam niet te noemen. Daan zag het aan mijn gezicht.
Die avond werd ik om halfelf gebeld door de voorzitter van de raad van bestuur. Ik moest de volgende ochtend om acht uur verschijnen.
In de vergaderkamer op de zevende verdieping zaten Pieter, Lars, een bedrijfsjurist en bestuursvoorzitter Claire van Houten al te wachten. Op het scherm achter hen stond een foto.
Ik herkende de zwarte Volvo.
Door de achterruit was mijn hoofd tegen Daans schouder zichtbaar.
‘Deze opname is vanochtend naar een regionale nieuwssite gestuurd,’ zei Claire. ‘De redactie heeft ons om commentaar gevraagd.’
Ik bleef staan. ‘Waar komt die vandaan?’
‘De beveiligingscamera bij de hoofdingang.’
‘Dat beeld valt onder het ziekenhuis.’
Niemand antwoordde.
Lars schoof een geprinte e-mail naar mij toe. Daarin werd beweerd dat ik een persoonlijke relatie had met Daan Vermeer en bewust een incident had verzonnen om druk uit te oefenen tijdens de contractonderhandelingen.
‘Dit is belachelijk.’
‘Is het?’ vroeg Pieter. ‘Je zat bij hem in de auto.’
‘Per ongeluk.’
Lars keek naar de foto. ‘Op je ex viel je nooit zo ontspannen in slaap.’
De bedrijfsjurist keek naar de tafel. Claire niet.
‘Vanaf dit moment ben je tijdelijk vrijgesteld van patiëntenzorg,’ zei ze. ‘Totdat een intern onderzoek duidelijkheid geeft.’
Ik trok mijn toegangspas van mijn witte jas en legde hem neer.
‘Wie heeft de beelden opgevraagd?’
‘Dat wordt onderzocht.’
‘Door dezelfde mensen die mijn meldingen hebben gesloten?’
‘Noor, werk mee. Dan houden we dit beheersbaar.’
Beheersbaar. Dat woord gebruiken instellingen wanneer ze hopen dat één persoon stil genoeg zal verdwijnen.
Beneden stond de regen als grijs stof voor de glazen ingang. Mijn toegangspas werkte niet meer bij het fietsenhok. Een schoonmaker moest de deur voor mij openen.
Mijn telefoon trilde.
Een bericht van een onbekend nummer.
Ik heb die foto niet laten maken. En u hebt gelijk over de pompen. Bel mij. Daan Vermeer.
Ik wilde het bericht verwijderen. In plaats daarvan belde ik.
‘Waar bent u?’ vroeg hij.
‘Buiten het ziekenhuis.’
‘Blijf daar.’
‘U geeft graag bevelen.’
‘Alleen als ik bang ben.’
Tien minuten later stopte dezelfde Volvo voor de stoep. Deze keer zat er wel een chauffeur voorin.
Ik bleef staan.
Daan stapte uit en hield een donkerblauwe paraplu boven ons. ‘Mijn technisch directeur heeft vannacht de logbestanden gecontroleerd. De centrale registraties zijn achteraf aangepast.’
‘Door wie?’
‘Dat kunnen we nog niet bewijzen.’
‘Maar u vermoedt iemand.’
Hij keek naar het ziekenhuis. ‘Mijn financieel directeur, Joost Vermeer.’
‘Familie?’
‘Mijn halfbroer.’
In de auto gaf hij me een tablet. Daarop stonden tijdstippen, serienummers en correcties. Bij zeven pompen waren lokale gegevens overschreven zodra ze verbinding maakten met de centrale server.
Zes daarvan kwamen overeen met mijn meldingen.
De zevende was Margriets pomp.
‘Waarom zou uw broer dit doen?’
‘Omdat het bedrijf verkocht wordt.’
Daan vertelde dat een Duits zorgconcern Vermeer Medische Systemen wilde overnemen voor 1,4 miljard euro. Als ernstige veiligheidsproblemen vóór de verkoop openbaar werden, kon de overeenkomst instorten. Joost kreeg bij afronding een bonus van twaalf miljoen euro.
‘En u?’
‘Veel meer.’
Ik gaf hem de tablet terug. ‘Waarom helpt u mij dan?’