Elise had Margaretha niet zomaar informatie gegeven.
Dat bleek later.
Margaretha had haar meerdere keren gebeld en zich aanvankelijk voorgedaan alsof ze namens Bram hielp met de nazorg.
Ze kende mijn geboortedatum.
Adres.
De namen van de kinderen.
Mijn ontslagdatum.
Genoeg details om overtuigend te klinken.
Elise had geen volledig dossier doorgestuurd.
Maar tijdens telefoongesprekken was meer bevestigd dan had gemogen.
Ook dat werd onderzocht.
Elise bood later persoonlijk excuses aan.
Ze had een ernstige fout gemaakt.
Het ziekenhuis behandelde die fout volgens zijn eigen procedures.
Ik hoefde niet te eisen dat iemand ‘vernietigd’ werd.
Ik wilde vooral weten wat er was gebeurd en ervoor zorgen dat mijn gegevens voortaan beter beschermd waren.
Maar Margaretha?
Zij had bewust geprobeerd informatie over mijn lichaam te verkrijgen zonder mij te vragen.
Waarom?
Dat ontdekten we drie dagen later.
Bram ontving een e-mail van zijn moeder.
Onderwerp:
VOOR DE TOEKOMST VAN DE FAMILIE.
Er zat een document bij.
Een brochure van een buitenlandse fertiliteitskliniek.
Ik voelde mijn maag omdraaien.
Bram las zwijgend.
Toen stond hij op en liep naar de keuken.
‘Wat?’
vroeg ik.
Hij legde zijn handen op het aanrecht.
‘Ze heeft een afspraak aangevraagd.’
‘Voor wie?’
Hij draaide zich om.
‘Voor ons.’
Ik dacht dat ik hem verkeerd begreep.
‘Wat?’
‘Ze heeft informatie opgevraagd over mogelijkheden om later nog een jongen te krijgen.’
Ik staarde hem aan.
‘We hebben drie pasgeboren baby’s.’
‘Ik weet het.’
‘Ik ben bijna doodgebloed.’
‘Ik weet het.’
‘En je moeder—’
Mijn stem brak.
Bram kwam onmiddellijk naar me toe.
Maar ik wilde niet worden vastgehouden.
Niet op dat moment.
Ik wilde boos zijn.
Dus liet ik mezelf eindelijk boos worden.
‘Ze stond bij mijn ziekenhuisbed niet één keer!’
‘Ik weet het.’
‘Niet één keer!’
‘Sanne—’
‘Maar ze had wel tijd om een kliniek te zoeken omdat onze kinderen niet het juiste geslacht hebben?’
Ik huilde.
Niet zacht.
Niet mooi.
Alles wat ik wekenlang had ingehouden kwam eruit.
De angst van de bevalling.
De pijn.
De slapeloze nachten.
De monitors.
De onzekerheid.
En daarbovenop de wetenschap dat iemand naar mijn drie perfecte dochters kon kijken en alleen kon zien wat ze níét waren.
Bram stuurde zijn moeder één bericht.
Ik las het voordat hij het verzond.
Mam,
Neem vanaf vandaag geen contact meer op met Sanne, haar artsen, het ziekenhuis of enige andere zorgverlener.
Je hebt geen toestemming om medische informatie over haar of onze kinderen op te vragen.
Je komt niet bij ons thuis.
Je bezoekt de meisjes niet.
Dit is geen discussie.
Ik neem zelf contact op als en wanneer ik daar klaar voor ben.
Bram.
Hij drukte op verzenden.
Tien seconden later ging zijn telefoon.
Margaretha.
Hij drukte haar weg.
Weer.
Weg.
Nog een keer.
Hij zette zijn telefoon uit.
‘Weet je het zeker?’