Een jaar later woonde Ethan nog steeds in Utrecht. Ik had de baan in Haarlem afgeslagen en een vergelijkbare functie gevonden bij een kantoor in de stad. Het was geen offer waar ik applaus voor wilde. Het was een beslissing die op dat moment bij ons paste.
Daan zag Ethan nog altijd onder begeleiding. Het ging niet snel. Soms praatte Ethan over voetbal. Soms zat hij de hele afspraak met zijn handen in zijn jaszakken. Daan was minder fel geworden, maar nog niet iemand bij wie Ethan zonder nadenken naar binnen liep.
De plek achter zijn oor verdween uiteindelijk. De herinnering eraan niet. Ethan kon nu zelf zeggen wanneer hij iets niet wilde, zonder eerst naar mij of een andere volwassene te kijken om te controleren of hij dat mocht.
Op een middag gingen we weer naar Karims zaak. Hij knipte Ethan zelf. Na afloop controleerde hij met zijn vingers voorzichtig de rand achter diens linkeroor.
‘Nog gevoelig?’
‘Nee,’ zei Ethan.
Karim knikte en haalde de handdoek van zijn schouders. Ik betaalde en bleef even bij de deur staan.
Ethan keek in de spiegel naar zijn haar. Daarna keek hij naar mij.
‘Deze keer hoef je niets te controleren,’ zei hij.
Ik knikte.
Buiten stapte hij op zijn fiets. Ik liep naast hem tot aan de hoek. De deur van de barbershop viel achter ons dicht, en deze keer hoefde niemand iets te fluisteren.