Ik zei niets.
‘Ik was erbij.’
Mijn maag trok samen. ‘Bij wat?’
‘Hij had Ethan bij zijn hoofd vast. Ethan probeerde weg te draaien. Daan werd kwaad omdat hij over jouw verhuizing praatte.’
Ik had nog geen verhuizing aangekondigd. Wel had ik gesolliciteerd naar een functie in Haarlem, maar ik had nog geen aanbod gekregen. Alleen mijn zus wist daarvan.
‘Hoe wist Daan dat?’
‘Hij heeft je laptop gebruikt toen Ethan bij hem was. Hij zag de brief van je sollicitatie in je mail.’
‘En daarom heeft hij Ethan vastgepakt?’
‘Ethan zei dat hij mee wilde als jij de baan kreeg. Daan zei dat hij niet zomaar zijn zoon zou laten meenemen.’
Marit keek naar haar theekop. ‘Ik heb hem gezegd dat hij moest stoppen. Hij zei dat ik me er niet mee moest bemoeien.’
‘Waarom vertel je dit nu pas?’
Ze schudde haar hoofd. ‘Ik dacht dat ik hem kon laten kalmeren. Dat hij het later zou rechtzetten. Ik heb mezelf wijsgemaakt dat het een eenmalig incident was.’
‘En nu?’
‘Nu wil hij dat ik verklaar dat Ethan tegen een kast is gevallen. Hij vroeg me gisteren of ik nog wist hoe laat we thuis waren.’
Ze haalde haar telefoon tevoorschijn. Op het scherm stond een bericht van Daan: Als Noor ernaar vraagt, was Ethan buiten met de bal. Hou het simpel.
‘Ik heb dit niet voor jou bewaard,’ zei Marit. ‘Ik heb het bewaard omdat hij mij ook steeds vroeg om te zeggen dat dingen anders waren gegaan dan ik ze had gezien.’
Dat was de eerste keer dat ik begreep dat de leugen niet alleen bedoeld was om mij buiten de deur te houden. Daan had haar er ook bij betrokken. Hij had haar nodig als tweede stem, zodat zijn versie steviger klonk.
De politie nam haar verklaring op. De berichten waren afkomstig van Daans nummer en voorzien van datum en tijd. Marit gaf ook aan dat ze bereid was te bevestigen wat ze had gezien. Ze vroeg niet om vergeving en ik bood die niet aan.
In de weken daarna verliep het contact met Daan via advocaten en de begeleider. Hij had het over mijn baan, mijn huis en mijn vermeende invloed op Ethan. Over de plek achter Ethans oor sprak hij niet meer.
In november kreeg ik de baan in Haarlem. Ik vertelde het Ethan aan de keukentafel, met de brief tussen ons in. Ik zei dat ik de beslissing nog niet genomen had. Ik wilde eerst met hem praten en met de mensen die ons begeleidden.
‘Moet ik dan naar papa minder vaak?’ vroeg hij.
‘Dat weten we nog niet.’
‘Wil papa dat ik blijf?’
‘Ja.’
‘Omdat hij mij mist?’
Ik keek naar de brief. In de afgelopen maanden had ik geleerd dat een eerlijk antwoord niet altijd een geruststellend antwoord was.
‘Dat denk ik wel,’ zei ik. ‘En hij wil ook niet dat er iets verandert.’
Ethan streek met zijn duim over de hoek van het papier. ‘Dat is niet hetzelfde.’
‘Nee.’
De familierechter besliste later dat Ethan voorlopig bij mij bleef wonen. Daan kreeg begeleide omgang, met een evaluatie na zes maanden. De rechter verwees naar de letselnotitie, de verklaringen en Daans berichten aan Marit. Hij moest daarnaast meewerken aan hulpverlening rond woede en ouderschap. Er werd geen volledige verhuizing geregeld zonder overleg; eerst moest duidelijk worden welke afstand voor Ethan werkbaar was en hoe het contact met zijn vader veilig kon verlopen.
Daan kreeg ook een strafrechtelijke beslissing opgelegd voor mishandeling. Geen gevangenisstraf, wel een taakstraf en een proeftijd. Hij tekende bezwaar aan. Dat mocht. Het veranderde niets aan de afspraken voor Ethan.
Marit beëindigde haar relatie met hem kort na de zitting. Ze hielp mee met het overdragen van Ethans spullen en vertrok daarna uit zijn huis. Ze zei dat ze niet verwachtte dat ik haar daarvoor zou bedanken.
Dat deed ik niet.