Na vier jaar in Canada kwam ik onaangekondigd thuis en vond ik mijn vrouw Eline met een kaalgeschoren hoofd, vel over been, terwijl ze achter in de tuin koude etensresten at. Mijn moeder zei dat ze haar straf zelf had verdiend. Ik schreeuwde niet. Ik vertelde alleen dat ik zojuist een schikking van één miljoen dollar had gekregen — en wachtte tot hun hebzucht het bewijs leverde.

Eline zat op haar hurken achter het schuurtje, met haar rug tegen de bakstenen muur. Ze hield een plastic bakje tussen beide handen en at koude aardappelpuree met haar vingers. Niet langzaam, niet beschaamd. Ze at zoals iemand eet die weet dat het eten ieder moment weer kan worden afgepakt.

Ik stond aan de andere kant van het tuinhek met mijn koffer in mijn hand.

Vier jaar lang had ik haar gezicht alleen op een scherm gezien. Vier jaar lang had ik mezelf wijsgemaakt dat de slechte verbinding de reden was waarom ze steeds stiller werd. Nu zag ik haar in het echt en herkende ik haar bijna niet.

Haar hoofd was kaalgeschoren. Haar wangen waren ingevallen. Onder haar ogen zaten donkere kringen en rond haar pols zag ik een paarse afdruk, precies in de vorm van vingers.

Ze keek op.

Het bakje viel uit haar handen.

“Daan?”

Haar stem was zo zacht dat ik haar naam bijna niet hoorde.

Ik duwde het hek open. Het slot was nieuw. Mijn sleutel paste niet meer.

“Eline, wat is hier gebeurd?”

Ze keek niet naar mij, maar naar het keukenraam. Daarachter bewoog een gordijn.

“Doe het hek dicht,” fluisterde ze. “Als ze ziet dat je hier bent, maakt ze je weer wijs dat ik gek ben.”

Op dat moment ging de achterdeur open.

Mijn moeder, Ria Vermeer, stond op de drempel met een schort om haar middel. Ze was achtenzestig, droeg haar zilveren haar altijd kort en had de gewoonte om eerst naar iemands schoenen te kijken voordat ze hem begroette. Zelfs na vier jaar keek ze niet naar mijn gezicht.

“Je had kunnen laten weten dat je kwam,” zei ze.

Ik keek naar Eline.

Mijn moeder zuchtte alsof ik een onaangename rekening op tafel had gelegd.

“Ze heeft dit zelf veroorzaakt.”

“Wat precies?”

“Alles.” Ria knikte naar Eline. “Ze loog tegen je. Ze stal geld. Ze heeft zichzelf verwaarloosd en nu wil ze dat iedereen medelijden krijgt.”

Eline trok haar dunne vest dichter om zich heen.

Ik had mijn koffer nog steeds vast. Mijn vingers waren wit geworden rond het handvat, maar mijn stem bleef rustig.

“Waar is Joost?”

Mijn jongere broer kwam uit de garage. Hij droeg een donkerblauw werkjack met het logo van zijn installatiebedrijf op de borst. Vier jaar geleden had ik hem nog geholpen met zijn eerste bedrijfsbus. Hij had toen gezworen dat hij me ooit zou terugbetalen.

Nu keek hij eerst naar mijn koffer en daarna naar mijn gezicht.

“Je bent echt terug.”

“Dat lijkt zo.”

“Voor hoe lang?”

“Dat weet ik nog niet.”

Mijn moeder liep naar binnen. “Kom eerst koffie drinken. We moeten rustig praten.”

In Nederland betekent dat meestal dat iemand met een glimlach wordt uitgekleed.

Ik liep naar Eline toe, maar ze deinsde achteruit toen ik mijn hand uitstak. Dat kleine gebaar deed meer met me dan haar kale hoofd. Alsof zelfs mijn aanraking inmiddels bij de dingen hoorde waarvoor ze toestemming moest vragen.

“Wanneer heb je voor het laatst gegeten?” vroeg ik.

“Vanmorgen.”

Ze keek naar het bakje op de grond.

“Dit?”

Ze antwoordde niet.

Joost schraapte zijn keel. “Ze maakt er een groter drama van dan het is.”

Ik keek hem aan.

“Ze eet aardappelpuree uit een bakje achter het schuurtje.”

“Ze kiest daar zelf voor.”

Mijn moeder knikte instemmend. “Eline wil geen hulp. Ze weigert normale maaltijden. Ze is altijd al moeilijk geweest.”

Ik wist dat er iets niet klopte, maar ik wist nog niet hoeveel.

Vier jaar eerder was ik naar Alberta vertrokken voor een contract als industrieel elektricien. Het bedrijf betaalde goed, maar het werk was zwaar. Ik werkte vaak twaalf uur per dag bij temperaturen waarbij de lucht pijn deed aan je longen. Eline zou aanvankelijk na zes maanden komen, maar mijn vader kreeg een beroerte en mijn moeder zei dat ze haar niet alleen kon laten.

Toen mijn vader overleed, bleef ik in Canada. Mijn contract werd verlengd en ik besloot geld te sparen voor de hypotheek, de verbouwing en een rustigere toekomst met Eline.

Elke maand maakte ik 2.750 euro over naar onze gezamenlijke rekening.

Mijn moeder beheerde ondertussen thuis de administratie. Dat was haar voorstel geweest. Ze zei dat Eline niet goed met geld kon omgaan en dat zij als moeder alleen maar wilde helpen.

Na een jaar kwamen de berichten van Eline korter te worden.

Ik ben moe.

We praten later.

Het gaat wel.

Toen ik vroeg waarom ze niet naar Canada kwam, antwoordde ze: Misschien is het beter als je me even met rust laat.

Daarna stuurde mijn moeder mij foto’s van lege wijnflessen, ongeopende rekeningen en een rommelige slaapkamer. Ze zei dat Eline depressief was en mijn geld uitgaf aan onzin.

Ik geloofde haar.

Dat was mijn eerste fout.

Mijn tweede fout was dat ik niet onverwacht naar huis was gekomen toen Eline drie maanden helemaal niets meer stuurde.

Ik had gewacht tot mijn rechtszaak in Canada was afgerond. Een jaar eerder was ik tijdens een nachtploeg van een metalen platform gevallen. Mijn rug en knie waren beschadigd, maar mijn werkgever had geprobeerd te beweren dat ik dronken was geweest. Ik had de zaak aangevochten en uiteindelijk een schikking gekregen van 1,08 miljoen Canadese dollar.

Mijn advocaat had het geld veiliggesteld op een derdengeldenrekening. Ik had niemand in Nederland verteld hoeveel het was.

Niemand behalve Eline.

Tenminste, dat dacht ik.

In de keuken rook het naar aangebrande koffie. Mijn moeder zette drie kopjes op tafel, hoewel Eline buiten bleef staan. Joost ging zitten alsof hij hier woonde. Misschien deed hij dat ook inmiddels.

“Je ziet er goed uit,” zei Ria tegen mij.

“Jij ook.”

Ze glimlachte flauwtjes. “Canada heeft je goed gedaan.”

“Blijkbaar.”

Ik ging zitten en legde mijn telefoon naast mijn kopje. Joost keek er onmiddellijk naar.

“Heb je het geld al ontvangen?”

De vraag kwam zo snel dat mijn moeder haar hand op tafel liet vallen.

“Joost.”

“Wat? Hij zegt toch dat hij terugkomt om opnieuw te beginnen?”

“Ik heb nergens gezegd dat ik opnieuw wil beginnen.”

Mijn broer keek naar mijn koffer. “Met zo’n bedrag kun je hier tenminste iets verstandigs mee doen.”

Ik roerde in mijn koffie zonder te drinken.

“Welk bedrag?”