Ze keek naar hem alsof de vraag pijnlijker was dan alle andere.
‘De ochtend nadat je je eerste nachtdienst had.’
Hij herinnerde zich die ochtend niet.
‘Je kwam thuis met bevroren wimpers. Ik had pap laten aanbranden. Je at alles op en zei dat het heerlijk was.’
‘Dat klinkt als medelijden.’
‘Je legde je loon op tafel en zei: “Dit is van ons.” Niemand had ooit iets van zichzelf met mij gedeeld zonder eerst te vragen wat hij ervoor terugkreeg.’
Haar stem brak.
‘Vanaf dat moment was jij geen opdracht meer.’
‘Maar je bleef liegen.’
‘Ja.’
Sergejs laatste brief
Michail pakte de envelop met Sergejs naam.
Het papier was geel en broos.
De brief was geschreven vanuit het kamp, twee maanden voor zijn dood.
Lieve Michail,
Ik weet niet of dit je bereikt. Waarschijnlijk niet. Toch schrijf ik omdat woorden soms het enige zijn wat een mens nog zelf bezit.
Sergej schreef dat hij ziek was.
Dat de winters zwaarder waren dan hij had gedacht.
Dat hij bleef volhouden, al wist hij niet waarvoor.
Daarna schreef hij over Valeria.
Niet bij naam.
Het meisje met de lichte ogen heeft tegen mij verklaard. Ik zag haar één keer na een verhoor in de gang. Zij huilde en een officier hield haar bij de arm. Ik geloof niet dat zij vrij was. Dat maakt mijn cel niet warmer, maar haat doet dat ook niet.
Michail moest stoppen met lezen.
Hij keek naar Valeria.
‘Heb jij hem daar gezien?’
‘Eén keer.’
‘Waarom heb je dat nooit gezegd?’
‘Omdat hij mij herkende.’
Ze had Sergej na zijn arrestatie in een gebouw van de veiligheidsdienst gezien.
Hij was geslagen.
Toen hun blikken elkaar kruisten, wist hij wie zij was.
‘Hij spuugde naar me,’ zei Valeria.
‘Dat staat niet in de brief.’
‘Nee.’
‘Waarom niet?’
‘Misschien wilde hij jou geen haat nalaten.’
Michail las verder.
Als mijn broer ooit van haar houdt, vertel hem dan niet dat hij een dwaas is. Wij worden allemaal gedwongen rollen te spelen in andermans angst. Maar laat haar hem ooit de waarheid geven. Zonder waarheid wordt liefde een tweede gevangenis.
De volgende pagina ontbrak.
‘Waar is de rest?’
Valeria wees naar de binnenkant van het zwarte schrift.
Achterin zat een dubbelgevouwen vel.
Michail pakte het.
Michail, zorg voor moeder. Geloof niet alles wat zij over mij zeggen. Ik heb gevloekt, gelogen en staatsspullen meegenomen, maar ik heb niemand willen doden. Als ik niet terugkom, leef dan niet alsof jij ook opgesloten bent.
Onderaan stond:
En aan het meisje: als je dit leest, doe dan één goed ding zonder dat iemand je ertoe dwingt. Misschien begint vrijheid zo.
Michail legde de brief neer.
‘Hoe kreeg jij deze?’
‘Antonov liet hem zien.’
‘Waarom?’
‘Om mij bang te maken. Hij zei dat Sergej alles wist en dat zijn familie mij zou vernietigen als de brief ooit aankwam.’
‘Dus je hield hem.’
‘Ik stal hem uit zijn dossier.’
‘Je had hem aan mij kunnen geven.’
‘Dan had je gevraagd hoe ik eraan kwam.’
‘Na 1991 dan. Toen de staat uiteenviel.’
Valeria huilde nu openlijk.
‘Iedere keer dacht ik: morgen.’
‘Dertig jaar lang?’
‘Daarna schaamde ik me meer voor het wachten dan voor de oorspronkelijke leugen.’
Michail keek naar de doos.
De inhoud was geen geheim meer.
Het was een heel tweede huwelijk dat naast het hunne had bestaan.
Een huwelijk waarin zij wist wie zijn broer had verraden.
Waarin zij wist dat hun ontmoeting geregisseerd was.
Waarin zij iedere keer dat hij Sergejs naam uitsprak, koos om opnieuw te zwijgen.
‘Waarom nu?’ vroeg hij.
‘Omdat ik doodga.’
‘Dat is laf.’
‘Ja.’
‘Je vertelt het wanneer jij niet meer met de gevolgen hoeft te leven.’
‘Ook waar.’
Michail stond op.
‘Ik kan vannacht niet naast je zitten.’
Valeria knikte.
‘Ga maar.’
Hij liep naar de slaapkamer.
Daar stond nog steeds hun oude tweepersoonsbed. De rechterkant was al weken leeg omdat Valeria beneden sliep.
Michail ging op de rand zitten.
Op het nachtkastje stond hun trouwfoto.
Hij pakte haar op.
Valeria in een lichte jurk.
Hij in een slecht passend pak.
Twee jonge mensen die naar de camera keken alsof niemand hen ooit uit elkaar kon houden.
Hij wist nu dat zelfs die foto een rapport had kunnen zijn.
Toch herinnerde hij zich haar hand in de zijne.
Warm.
Trillend.
Was dat gespeeld?
Misschien niet.
Dat maakte het moeilijker.
Een volledige leugen kon hij weggooien.
Maar hun leven bestond uit waarheid die op een misdaad was gebouwd.
De dagen die overbleven
De volgende ochtend vond hij Valeria wakker.
Ze had niet geroepen, hoewel haar pijnmedicatie naast het bed lag.
Michail gaf haar de tabletten.
Niet uit vergeving.
Uit gewoonte.
Of liefde.
Hij wist het verschil niet meer.
‘Wil je dat ik vertrek?’ vroeg ze.
‘Waarheen?’
‘Een hospice.’
‘Je blijft thuis.’
‘Waarom?’
‘Omdat ik nog niet weet wat ik met je moet.’
Valeria sloot haar ogen.
‘Dat is eerlijk.’
De dagen daarna lazen ze samen alle documenten.
Michail wilde ieder detail kennen.
Valeria antwoordde op alles.
Soms moest zij rusten.
Soms werd hij zo kwaad dat hij naar buiten liep en uren door de sneeuw wandelde.
Hij vroeg of zij ooit iemand anders had aangegeven.
Ze noemde vier namen.
Twee mensen hadden hun baan verloren.
Eén man was kort gevangengezet.
Van de vierde wist ze niet wat er gebeurd was.
Ze had na haar huwelijk geprobeerd rapporten zo onschuldig mogelijk te maken. Uiteindelijk vond Antonov haar onbruikbaar en stopte het contact.
‘Waarom heb je nooit gezocht naar die mensen?’ vroeg Michail.
‘Dat heb ik gedaan.’
In de doos lagen brieven die zij na 1991 had gestuurd.
Sommige waren teruggekomen.
Eén familie had haar geschreven dat zij nooit meer contact mocht opnemen.
Een andere vrouw had Valeria vergeven.
Niet voor haar eigen rust, schreef zij, maar omdat zij niet wilde dat de veiligheidsdienst zelfs tientallen jaren later nog bepaalde wie zij moest haten.
Valeria had ook jarenlang anoniem geld gestuurd naar Michails moeder.
Hij wist dat niet.
‘Waar kwam dat geld vandaan?’
‘Van extra vertaalwerk en naaiwerk.’
‘Mijn moeder dacht dat het een toelage was.’
‘Dat wilde ik.’
‘Je probeerde schuld af te betalen.’
‘Ja.’
‘Werkte het?’
‘Nooit.’
Michail vond in het schrift een lijst van alle bedragen.
Nauwkeurig opgeschreven.
Alsof schuld met cijfers beheersbaar werd.
‘Je had mij de keuze moeten geven,’ zei hij.
‘Dat weet ik.’
‘Je hebt onze afspraak vanaf het begin gebroken.’
‘Ja.’
‘En toch herinnerde je míj er altijd aan dat ik moest praten.’
Valeria keek naar het plafond.
‘Mensen onderwijzen vaak precies wat zij zelf niet kunnen.’
Op de vierde dag vroeg Michail:
‘Heb je ooit overwogen mij te verlaten?’