In 2020 waren er wereldwijd meer dan 55 miljoen mensen die aan dementie leden. Deze aantallen stijgen snel, en experts verwachten dat het aantal mensen met dementie tegen 2050 zal verdubbelen tot 139 miljoen. Dit maakt het essentieel om te zoeken naar manieren om de aandoening in een vroeg stadium op te sporen. Vroegtijdige diagnose kan een cruciale rol spelen in hoe effectief de behandeling is.
Onderzoek naar dementie richt zich daarom steeds meer op het ontdekken van vroege signalen van de ziekte. Recent onderzoek biedt nu hoopvolle aanwijzingen dat alzheimer zich al ver van tevoren kan aandienen voordat het geheugen en de concentratie nadelig worden beïnvloed.
Inzicht in het onderzoek
Het onderzoek, dat is gepubliceerd in Nature Communications, combineerde verschillende benaderingen. Er werden experimenten uitgevoerd op muizen die aan alzheimer leden, en er werd gekeken naar hersenweefsel van overleden patiënten. Daarnaast maakten de onderzoekers gebruik van PET-scans om de hersenactiviteit van levende mensen met alzheimer of milde cognitieve stoornissen te bestuderen.
Wat ze opmerkten, was dat het reukvermogen al vroeg in het ziekteproces begint af te nemen. Dit verlies van reukzin is een vroeg signaal dat nog niet eerder zo uitgebreid werd onderzocht.
De rol van hersencellen
De studie wijst op de cruciale rol van microglia, speciale immuuncellen in de hersenen. Deze cellen zorgen ervoor dat verbindingen tussen twee belangrijke hersengebieden worden verstoord. Deze gebieden, de bulbus olfactorius in de voorhersenen en de locus coeruleus in de hersenstam, werken normaal gesproken samen voor het reukvermogen.
Dr. Lars Paeger, die bij het onderzoek betrokken was, legt uit dat er in een vroeg stadium van alzheimer veranderingen plaatsvinden in de zenuwvezels die de bulbus olfactorius met de locus coeruleus verbinden. Deze veranderingen geven een signaal aan de microglia dat bepaalde zenuwvezels niet langer nodig zijn, waarna de microglia deze vernietigen.
Naast de activiteit van microglia, zagen onderzoekers abnormale veranderingen in de celmembranen van de aangetaste zenuwvezels. Ze ontdekten dat fosfatidylserine, een vetzuur dat normaal gesproken aan de binnenkant van het celmembraan zit, zich verplaatst naar de buitenkant. Dit vetzuur fungeert als een soort ‘lokaas’, dat de immuuncellen het signaal geeft om de zenuwvezels af te breken.
