DEEL 9 — WIE SLIEP NAAST MIJ?
Die vraag vrat me op.
Politie probeerde exact te reconstrueren.
Smartwatchdata.
Telefoongebruik.
Werkmails.
Auto.
Deurslot.
Slaapmiddelen.
Er bleken minstens negen nachten waarop sterke aanwijzingen waren dat Elias langere tijd in appartement bleef terwijl Sebastiaan elders was.
Op vier van die nachten sliep ik volgens mijn smartwatch uitzonderlijk diep.
Ik huilde toen ik dat hoorde.
‘Was hij in mijn bed?’
Niemand kon zeker zeggen.
Tot ze Elias’ cloudopslag vonden.
Foto’s.
Geen naaktfoto’s.
Geen seksuele beelden.
Godzijdank.
Maar één foto:
mijn slaapkamer.
02.14 uur.
Ik sliep in achtergrond.
Foto genomen vanuit deuropening.
Mijn huid kroop.
Nog één.
Spiegelselfie van Elias in Sebastiaans grijze pyjama.
Onze badkamer.
Datum zes weken geleden.
Hij glimlachte.
Bijschrift in privémap:
Practice.
Ik moest naar buiten.
Ik kon niet ademen.
Van Leeuwen kwam later.
‘We hebben geen bewijs gevonden dat hij seksueel contact met u heeft gehad.’
‘Dat is geen troost.’
‘Dat begrijp ik.’
‘Hij stond naast mijn bed.’
‘Ja.’
‘In kleding van mijn man.’
‘Ja.’
‘Terwijl mijn man dit wist?’
‘Dat laatste weten we niet voor die specifieke nacht.’
Mijn huwelijk was ineens niet alleen bedrog.
Het was een kamer waarvan iemand vloer had weggehaald.
Ik kon nergens meer staan.