Glen nam Ariel van me over.
‘Ga met je moeder praten.’
Ik keek hem scherp aan.
Hij zag het.
‘Ik meen het. Ik blijf hier met Ariel.’
Mijn vader zei:
‘De kinderen hoeven dit niet te horen.’
We gingen naar binnen.
Clara wilde niet mee.
Mijn vader zei slechts:
‘Als je nu wegloopt, ga ik ervan uit dat er een reden is waarom je niet wilt dat we die telefoon zien.’
Dat werkte.
Vijf minuten later zaten we in mijn keuken.
De vrolijke geluiden van het zwembadfeest kwamen gedempt door de glazen deuren naar binnen.
Clara zat tegenover mij.
Mijn vader naast haar.
Ik aan de andere kant van de tafel.
‘Laat de foto zien,’ zei ik.
Ze zweeg.
‘Clara.’
‘Het betekent niets.’
‘Dan laat je hem zien.’
Uiteindelijk pakte ze haar telefoon.
Ze ontgrendelde hem.
Opende haar foto’s.
En legde het toestel op tafel.
Daar was Glen.
Ik pakte de telefoon niet aan.
‘Open de informatie.’
Clara keek me aan.
‘Waarom?’
‘Omdat ik wil weten wanneer die foto is gemaakt.’
‘Dit is krankzinnig.’
Mijn vader nam de telefoon.
‘Ik doe het.’
Hij tikte op het informatiesymbool.
De datum verscheen.
12 mei.
14.37 uur.
Ik wist meteen waar ik die dag was geweest.
Ariel en ik waren naar mijn moeder gereden.
Ze woonde bijna twee uur verderop.
We waren die ochtend vertrokken en pas na het avondeten teruggekomen.
Glen was thuisgebleven omdat hij ziek was.
Koorts.
Meer dan negenendertig graden.
Ik had hem die middag nog gebeld.
Hij had nauwelijks zijn ogen open kunnen houden.
12 mei.
14.37 uur.
Ik keek naar Clara.
‘Ik was niet thuis.’
Ze zei niets.
‘Glen was alleen.’
Mijn vader draaide zich langzaam naar zijn vrouw.
‘Was jij in hun huis?’
Clara keek naar de tafel.
Dat was het antwoord.
‘Waarom?’
Mijn stem was nauwelijks meer dan een fluistering.
Clara ademde diep in.
‘Hij was ziek.’
‘Dat weet ik.’
‘Ik bracht medicijnen.’
‘Waarom?’
‘Omdat je vader zei dat Glen ziek was.’
Mijn vader schudde onmiddellijk zijn hoofd.
‘Ik heb jou nooit gevraagd daarheen te gaan.’
‘Dat zei ik niet.’
‘Hoe wist je dan dat hij ziek was?’
‘Je had het die ochtend genoemd.’
Mijn vader dacht na.
Toen veranderde zijn gezicht.
‘Bij het ontbijt.’
Clara knikte.
‘Ik wilde gewoon helpen.’
Ik keek naar de foto.
‘Dus je ging mijn huis binnen om medicijnen te brengen.’
‘Ja.’
‘Hoe?’
Stilte.
‘Clara, hoe ben je binnengekomen?’
‘Met de reservesleutel.’
Ik voelde mijn maag samentrekken.
Mijn vader keek geschokt.
‘Welke reservesleutel?’
Clara sloot haar ogen.
‘Die bij jullie thuis lag.’
Ik keek naar mijn vader.
Hij werd bleek.
Maanden eerder, tijdens een weekend weg, had ik mijn vader een reservesleutel gegeven om onze planten water te geven.
Hij had hem blijkbaar nooit teruggegeven.
‘Je hebt zonder toestemming mijn sleutel meegenomen?’
‘Ik wilde alleen medicijnen brengen.’
‘En daarna ben je onze slaapkamer binnengegaan.’
‘De deur stond open.’
‘Dat is geen antwoord.’
Ze begon geïrriteerd te klinken.
‘Hij lag te slapen. Ik wilde controleren of hij in orde was.’
‘En toen maakte je een foto.’
Geen antwoord.
‘Waarom?’
‘Ik weet het niet.’
Ik staarde haar aan.
‘Dat geloof ik niet.’
Mijn vader vroeg:
‘Heeft Glen je gezien?’
‘Nee.’
‘Wist hij dat je daar was?’
‘Nee.’
Mijn hart sloeg sneller.
Dat detail was belangrijk.
‘Dus Glen wist niet dat je in ons huis was?’
‘Nee.’
‘Hij wist niet dat je in onze slaapkamer stond?’
‘Nee.’
‘En hij wist niet dat je hem fotografeerde?’
Clara keek weg.
‘Nee.’
Ik sloot mijn ogen.
Een deel van mij voelde opluchting.
Een ander deel voelde iets veel donkerders.
Want als Glen werkelijk niets wist, betekende dat dat Clara mijn huis was binnengedrongen, naar mijn slapende man was gegaan en stiekem foto’s van hem had gemaakt.
‘Zijn er meer?’