Heeft jouw kind opvallend veel moeite met rekenen? Dan kan er meer aan de hand zijn dan alleen wat extra oefening nodig hebben. Sommige kinderen vinden rekenen lastig, omdat ze dyscalculie hebben. Dat is een leerstoornis die te maken heeft met cijfers, getallen en rekenen. Dyscalculie is veel minder bekend dan dyslexie. Toch kan het net zoveel invloed hebben op het dagelijks leven van een kind.
Bij dyslexie weten de meeste mensen meteen wat er bedoeld wordt. Het gaat dan om moeite met lezen en spelling. Bij dyscalculie is dat anders. Veel ouders hebben er weleens van gehoord, maar weten niet precies wat het betekent. Daardoor wordt het soms laat herkend. Dat is jammer, want goede hulp kan veel verschil maken.
Kinderen met dyscalculie zijn niet dom en ook niet lui. Ze willen vaak juist heel graag leren. Alleen werken cijfers voor hen anders dan voor andere kinderen. Rekenen kost meer tijd, meer energie en vaak ook meer frustratie. Daarom is het belangrijk om de signalen serieus te nemen. Hoe eerder je begrijpt wat er speelt, hoe beter je je kind kunt helpen.
Wat dyscalculie precies is
Dyscalculie is een leerstoornis op het gebied van rekenen en wiskunde. Kinderen met dyscalculie hebben moeite met het begrijpen, onthouden en gebruiken van getallen. Dat merk je niet alleen bij sommen op school. Het kan ook zichtbaar zijn in gewone dagelijkse situaties. Denk aan klokkijken, geld tellen of inschatten hoe lang iets duurt.
Een kind met dyscalculie kan bijvoorbeeld veel moeite hebben met optellen en aftrekken. Ook tafels leren blijft vaak lastig, zelfs na veel oefenen. Waar andere kinderen sommen na een tijdje automatisch kennen, blijft dat bij dyscalculie moeizaam. De informatie lijkt dan niet goed te blijven hangen. Daardoor voelt rekenen elke keer weer als een nieuwe opdracht.
Ook getallen kunnen voor verwarring zorgen. Een kind kan 12 en 21 door elkaar halen. Of het weet niet goed welk getal groter is. Soms lukt tellen wel, maar gaat terugtellen moeilijk. Ook het begrijpen van hoeveelheden kan lastig zijn. Een kind ziet dan niet meteen wat meer, minder of ongeveer evenveel is.
Dyscalculie kan ook invloed hebben buiten school. Klokkijken kan lang moeilijk blijven. Geld terugkrijgen in een winkel kan stress geven. Kortingen begrijpen of prijzen vergelijken lukt vaak niet vanzelf. Ook het inschatten van afstand, tijd en richting kan problemen geven. Daardoor kan je kind onzeker worden in situaties die voor anderen eenvoudig lijken.
Signalen bij je kind
Dyscalculie ziet er niet bij ieder kind hetzelfde uit. Het ene kind loopt vast bij tafels, terwijl het andere vooral moeite heeft met tijd en geld. Toch zijn er signalen die vaak terugkomen. Als je meerdere van deze signalen herkent, is het verstandig om er met school over te praten.
Een duidelijk teken is dat basisrekenen moeilijk blijft. Je kind blijft dan worstelen met optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Zelfs sommen die vaak zijn geoefend, lukken niet vanzelf. Soms lijkt het alsof je kind het eindelijk snapt, maar een week later is het weer weg. Dat kan voor jou als ouder verwarrend zijn, maar voor je kind is het vaak nog frustrerender.

