„Repareer zeven machines en zeshonderd acres zijn van jou,” spotte de hebzuchtige landeigenaar — vijf dagen later was ík degene die te laat kwam

Bram keek me aan.

— Omdat hij zeker wist dat je zou verliezen.

— Door de machines te saboteren.

Hij antwoordde niet.

Dat was antwoord genoeg.

— Waarom help je me?

Zijn gezicht verstrakte.

— Omdat hij mijn moeder hetzelfde heeft aangedaan.

— Wat?

— Alles was ooit van mijn opa. Mijn moeder erfde aandelen in het bedrijf. Toen ze ziek werd, liet mijn vader haar documenten tekenen die ze nauwelijks begreep.

— Waar is ze nu?

— Overleden. Drie jaar geleden.

Hij keek naar de vloer.

— Ik heb te lang gedaan alsof ik niets zag.

Ik bladerde verder.

Toen vond ik een factuur.

Zandzakken.

Pomponderdelen.

Transport.

Allemaal zes weken eerder besteld.

— Bram…

— Er is meer.

Hij haalde een USB-stick uit zijn zak.

— Camerabeelden van het erf.

Mijn vingers sloten zich eromheen.

— Wat staat erop?

— Kijk zelf.

Thuis opende ik de bestanden.

De eerste beelden waren van twee weken voor de weddenschap.

Om 03.14 uur reed een bedrijfsbus het erf op.

Twee mannen stapten uit.

Een van hen was Hendriks vaste voorman.

Ze openden de motorkap van de drainagepomp.

Drie kwartier later vertrokken ze.

Een ander bestand liet zien hoe onderdelen bij de maaidorser werden verwijderd.

Een derde hoe de motorkap van de tweede trekker werd geopend.

Maar het laatste bestand was anders.

Hendrik zelf stond in beeld.

Hij praatte met zijn voorman.

Er was geen geluid.

Toch wees hij eerst naar de machines.

Daarna naar het overstroomde perceel.

En toen maakte hij met zijn hand een gebaar alsof hij iets doorsneed.

Ik belde Marije.

— Ik heb hem.

— Nee. Je hebt beelden. Laat mij bepalen wat ze juridisch bewijzen.

— De deadline is morgen om zes uur.

— Kun je die pomp repareren?

Ik keek naar de onderdelen op mijn werkbank.

— Niet met wat ik heb.

— Dan heb je nog steeds een probleem.

Ze had gelijk.

Ik kon aantonen dat iemand de machine had gemanipuleerd.

Maar de overeenkomst zei dat zeven machines moesten werken.

Niet zes plus een goede verklaring.

Ik werkte de hele nacht.

Om vier uur ‘s ochtends kwam ik op een idee.

Dezelfde motorfamilie werd gebruikt in oudere industriële aggregaten.

Ik kende een loonwerker in Dronten die er één had staan.

Om 05.40 uur belde ik hem.

Om 06.15 uur belde hij terug.

— Ik heb iets.

Ik reed erheen.

De pomp paste niet rechtstreeks.

Maar de basis wel.

Ik kocht het aggregaat voor 4.800 euro, bijna al het geld dat ik nog had.

Terug op het erf begon ik onderdelen over te bouwen.

Om twaalf uur kwam Hendrik kijken.

— Je ziet er slecht uit.

— Jij straks ook.

Zijn glimlach verdween.

Om drie uur draaide de motor rond.

Maar hij startte niet.

Om vier uur nog steeds niet.

Om vijf uur stonden er tientallen mensen op het erf.

Het verhaal van de weddenschap was door het dorp gegaan.

Kees stond erbij.

Bram ook.

Marije arriveerde om kwart over vijf met een map onder haar arm.

Hendrik keek op zijn horloge.

17.30 uur.

Ik ontluchtte het brandstofsysteem opnieuw.

Startte.

Niets.

17.41 uur.

Nogmaals.

De motor sloeg twee keer aan en viel stil.

Hendrik begon te glimlachen.

17.52 uur.

Mijn handen trilden niet meer.