„Repareer zeven machines en zeshonderd acres zijn van jou,” spotte de hebzuchtige landeigenaar — vijf dagen later was ík degene die te laat kwam

— Blijkbaar.

Hij keek naar de machines.

— Hoeveel doen het?

— Vijf.

Hij floot.

— Dan heb je een probleem.

— Dat hoor ik vaker.

Kees keek naar het kantoor voordat hij zachter sprak.

— Vraag eens waarom die grond onder water staat.

— Dat heb ik al gedaan.

Zijn gezicht veranderde.

— En?

— Ik vond zandzakken in de duiker.

Kees zweeg.

— Wie heeft ze daar gelegd?

— Ik niet.

— Dat vroeg ik niet.

Hij wreef over zijn kin.

— Hendrik heeft al jaren ruzie met de provincie en het waterschap over dat gebied. Hij wilde toestemming voor een groot distributieterrein langs de provinciale weg.

— Op landbouwgrond?

— Precies.

— En wat heeft overstroming daarmee te maken?

Kees keek opnieuw naar het kantoor.

— Als grond structureel onbruikbaar lijkt voor landbouw, veranderen gesprekken.

Ik voelde iets kouds langs mijn rug trekken.

— Wil je zeggen dat hij zijn eigen land onder water zet?

— Ik zeg dat je voorzichtig moet zijn.

— Waarom vertel je mij dit?

Kees keek naar zijn handen.

— Omdat ik vorig jaar ben ontslagen toen ik weigerde facturen te tekenen voor werkzaamheden die nooit waren uitgevoerd.

Hij liep weg.

Ik belde Marije.

— We hebben meer dan een weddenschap.

— Thomas, ga niet zelf rechercheur spelen.

— Als hij die grond expres waardeloos laat lijken—

— Dan kan dat gevolgen hebben voor veel meer dan jouw overeenkomst. Maar jij verzamelt feiten. Geen conclusies.

Op dag vier kreeg ik de maaidorser aan de praat.

Zes.

Alleen de drainagepomp bleef over.

Ik demonteerde de brandstofpomp.

Beschadigd.

De inspuitpomp zat vast.

Er zat water in het systeem.

Maar dat was niet alles.

De motor had intern schade.

Ik keek naar de klok.

14.20 uur.

Ik had nog achtentwintig uur.

Onderdelen bestellen zou minstens twee dagen duren.

Hendrik kwam naast me staan.

— Jammer.

Ik zei niets.

— Zes van zeven. Best knap.

Zijn mondhoek trok omhoog.

— Maar zes is geen zeven.

Ik bekeek het beschadigde onderdeel.

Toen zag ik de serienummers.

De inspuitpomp hoorde niet bij dit motorblok.

Iemand had een verkeerd, defect exemplaar gemonteerd.

Ik fotografeerde het nummer en belde een oude leverancier in Zwolle.

— Kun je dit nummer controleren?

Tien minuten later belde hij terug.

— Thomas, waar heb je dat ding vandaan?

— Waarom?

— Deze pomp is drie jaar geleden als onherstelbaar afgeschreven. Wij hebben hem toen retour gestuurd naar een revisiebedrijf.

— Weet je aan wie hij daarna is verkocht?

— Moment.

Ik hoorde toetsen.

Toen werd het stil.

— Aan Van Aalten Landbouw.

— Wanneer?

— Zes weken geleden.

Zes weken.

De overstroming was vijf weken geleden begonnen.

Ik keek naar Hendrik, die bij het kantoor stond te bellen.

Nu wist ik zeker dat de kapotte machines geen toeval waren.

Maar weten was niet hetzelfde als bewijzen waarom.

Die avond kreeg ik onverwacht een bericht van Bram.

„Kom om 22.30 uur naar de oude aardappelloods. Alleen.”

Marije vond het een slecht idee.

Ik ging toch.

Bram stond tussen lege kisten.

— Mijn vader mag niet weten dat ik je dit vertel.

— Dan moet je snel praten.

Hij gaf me een map.

Binnenin zaten kopieën van offertes, correspondentie en kaarten.

Op één kaart was het overstroomde perceel rood gemarkeerd.

Daarnaast stond:

„Toekomstige logistieke ontwikkeling — fase 2.”

— Wat is dit?

— Mijn vader onderhandelt via een projectontwikkelaar.

— Over grond die volgens hem waardeloos is?

Bram knikte.

— Als de bestemming ooit verandert, is ze een veelvoud waard.

— Waarom geeft hij ze dan in een weddenschap weg?