Ik kon het niet meer aanzien. De schreeuwende stemmen echoden tegen de muren en de hebzucht was bijna tastbaar. Met tranen in mijn ogen draaide ik me om, liep de keuken door en stapte door de openslaande deuren naar de achterveranda. Ik zocht naar een moment van stilte, een plek om te ademen en afscheid te nemen van de vrouw die ik zo had liefgehad.
Daar, in de hoek van de veranda, zat Berta.
Berta was de oude, trouwe hond van mijn grootmoeder. Een grote, goedgeaard vuilnisbakkenras met grijze haren rond haar snuit en trouwe, droevige ogen. Ze zat volkomen stil naast de lege houten schommelstoel waarin mijn grootmoeder tot voor kort nog elke middag had gezeten. Berta bewoog nauwelijks. Haar oren hingen laag en haar blik was strak op de stoel gericht, alsof ze nog steeds in volle overtuiging wachtte tot haar baasje elk moment naar buiten zou stappen om haar over haar bol te aaien.
Terwijl binnen het geluid van brekend servies en ruziënde familieleden aanzwol, knielde ik bij Berta neer. Niemand daarbinnen had ook maar één seconde naar de hond omgekeken. Berta was geen antiek zilver of duur schilderij; ze was in hun ogen slechts een kostenpost, een oude hond die 'op' was.
"Kom maar, meisje," fluisterde ik, terwijl ik mijn armen om haar harige nek sloeg. Berta slaakte een diepe, trillende zucht en legde haar zware kop op mijn schouder. Op dat moment maakte het me niets meer uit dat ik met lege handen achterbleef. Ik accepteerde dat ik niets uit de erfenis zou krijgen. Ik had mijn herinneringen aan grootmoeder, en ik had Berta. Ik besloot haar direct mee te nemen en dit gekkenhuis definitief achter me te laten. Zonder nog een woord te wisselen met mijn ruziënde familie, liep ik via de achtertuin naar mijn auto, met Berta trouw aan mijn zijde.
Die avond keerde de rust eindelijk terug. Berta lag rustig op een warm kleed in mijn woonkamer. Ze had een goede maaltijd op en hoewel ze nog steeds wat timide was, begon ze langzaam haar draai te vinden. Ik zat op de bank en keek naar haar. Ze zag er door alle stress van de afgelopen week een beetje verwaarloosd uit.
Ik liep naar haar toe en knielde naast haar neer om haar te borstelen en te controleren. Toen ik haar brede, versleten lederen halsband recht zette om te zien of deze niet te strak zat, voelde mijn vinger plotseling iets hards en onnatuurlijks aan de binnenkant van het leer.
Berta keek me kalm aan toen ik de halsband voorzichtig losmaakte en van haar nek gleed. Het was een zware, ouderwetse halsband die grootmoeder jaren geleden zelf had uitgekozen. Ik draaide de halsband om, zodat de binnenkant die tegen Berta's vacht had gezeten naar boven lag.