Tijdens de wake van mijn dochter fluisterde mijn zevenjarige kleindochter dat ik haar niet mocht laten cremeren. Mijn schoonzoon huilde tussen de rouwenden, maar zij wees naar de kant van de jurk. Toen hij dreigend zei dat ik spijt zou krijgen, belde ik de politie. Onder het kant vond ik niet alleen blauwe plekken, maar ook een geheim dat alles veranderde.

Ik dacht aan de laatste keer dat mijn dochter bij mij aan de keukentafel had gezeten. Het was drie weken eerder. Ze had haar koffie niet opgedronken. Ze had alleen met haar lepel tegen het schoteltje getikt.

„Ze zei dat Jeroen geldproblemen had.”

„Welke problemen?”

„Dat weet ik niet precies.”

„En toch belde u meteen de politie.”

„Ik zag haar hals.”

De rechercheur knikte langzaam.

„Dat was genoeg.”

Jeroen werd die avond niet gearresteerd. Hij werd wel afzonderlijk verhoord en mocht het uitvaartcentrum niet meer in. Terwijl hij zijn jas aantrok, kwam hij nog één keer naar mij toe.

„Je maakt Eva’s dood erger dan nodig.”

„Zij is dood,” zei ik. „Jij bent degene die nog steeds dingen erger maakt.”

Hij keek naar Lotte in de gang.

„Denk goed na over wat je doet. Als jij haar van mij afpakt, zal je dat niet zomaar terugkrijgen.”

„Je hebt haar al van iedereen afgepakt.”

Zijn ogen werden koud.

„Je weet niet waar je het over hebt.”

„Nee,” zei ik. „Maar jij weet wel precies wat je verbergt.”

De volgende ochtend werd de crematie officieel uitgesteld. De politie liet Eva’s lichaam overbrengen voor sectie. Jeroen werd opnieuw verhoord, dit keer als verdachte.

De arts die haar dood had vastgesteld, had verklaard dat Eva waarschijnlijk was overleden aan een acute hartritmestoornis. Jeroen had gezegd dat ze in de keuken was flauwgevallen. Hij had haar op de grond gevonden, 112 gebeld en volgens eigen zeggen alles gedaan om haar te redden.

De forensisch arts vond daar niets van terug.

Eva had geen hartstilstand gehad voordat ze stierf. Ze was gewurgd.

Er was schade aan haar strottenhoofd. Onder haar nagels zaten huidcellen die overeenkwamen met Jeroens DNA. De blauwe plekken op haar hals waren geen gevolg van een val. Ze waren veroorzaakt door vingers.

Ik zat tegenover rechercheur Meijer in een verhoorkamer waar de koffie naar verbrande aarde rook.

„De sectie wijst op verwurging,” zei ze.

Ik vouwde mijn handen op tafel.

„Wanneer is ze overleden?”

„Waarschijnlijk rond half tien ’s avonds.”

„Jeroen zei dat hij haar om kwart over elf heeft gevonden.”

„Dat klopt.”

„Waar was Lotte?”

„Boven. In haar slaapkamer.”

„Heeft zij iets gezegd?”

De rechercheur keek naar het dossier.

„Ze vertelde dat haar vader haar naar boven stuurde. Hij zei dat ze haar koptelefoon op moest zetten. Daarna hoorde ze haar moeder roepen.”

Ik sloot mijn ogen.

„Wat zei Eva?”

„Dat weet ze niet precies. Ze hoorde haar naam. Daarna een hard geluid. Toen ging haar vader naar boven.”

„Heeft ze hem zien terugkomen?”

„Ja. Hij droeg een andere trui.”

Ik dacht aan zijn opengebarsten duim.

„Waarom heeft hij gezegd dat Eva was gevallen?”

„Omdat hij dat tegen haar heeft gezegd.”

Op dat moment werd de deur geopend. Een rechercheur legde een laptop op tafel en schoof een geluidsfragment naar voren.

De microSD-kaart bevatte drie bestanden. Het eerste was een geluidsopname van bijna vier minuten. Eva had die twee dagen voor haar dood gemaakt met een verborgen recorder.

Eerst klonk alleen het gezoem van een koelkast.

Toen Eva’s stem.

„Je hebt mijn handtekening gebruikt.”

Jeroen antwoordde iets verder weg.

„Ik heb alleen een machtiging geregeld.”

„Zonder mijn toestemming.”

„Voor het bedrijf.”

„Je hebt honderdachtenzeventigduizend euro van mijn rekening gehaald.”

Er volgde een stoel die over de vloer schoof.

„Dat geld komt terug.”

„Wanneer? Als mijn huis verkocht is?”

Mijn adem stokte.

Eva’s huis in Leiden had ze geërfd van haar vader. Het was volledig afbetaald. Jeroen had jarenlang gedaan alsof het hun gezamenlijke woning was, maar juridisch stond het huis alleen op Eva’s naam.

„Je hebt een lening afgesloten met mijn huis als onderpand,” zei Eva op de opname.

„Ik had geen keuze.”

„Je had altijd een keuze.”

„Als jij morgen naar de notaris gaat, neem ik Lotte mee. Dan zie je haar nooit meer.”

Daarna werd het stil.

Eva zei iets wat niet verstaanbaar was. Jeroen vloekte. Er klonk een klap. Vervolgens ademde iemand zwaar.

„Laat me los,” zei Eva.

De opname eindigde niet met een schreeuw, maar met een zacht, schurend geluid. Alsof iets over de vloer werd getrokken.

Ik keek naar de rechercheur.

„Waarom zat dit in haar jurk?”