Tijdens de wake van mijn dochter fluisterde mijn zevenjarige kleindochter dat ik haar niet mocht laten cremeren. Mijn schoonzoon huilde tussen de rouwenden, maar zij wees naar de kant van de jurk. Toen hij dreigend zei dat ik spijt zou krijgen, belde ik de politie. Onder het kant vond ik niet alleen blauwe plekken, maar ook een geheim dat alles veranderde.

„Dat proberen we uit te zoeken.”

Het tweede bestand bevatte foto’s van bankafschriften, een conceptvolmacht en een e-mail aan notaris Clara Bos in Leiden. Eva had een afspraak gemaakt voor de maandag na haar overlijden.

Het derde bestand was een tekstbestand van vier regels.

Mama,

Als ik niet op mijn afspraak verschijn, geef dan alles aan Clara Bos. Niet aan Jeroen. Ook niet aan zijn moeder.

Lotte weet niets van de blauwe map.

Ik heb geprobeerd weg te gaan.

Eva

De blauwe map lag niet bij mij thuis. Hij lag in Eva’s huis, in een blauwe broodtrommel boven op een keukenkastje.

Daar wist ik niets van.

De politie doorzocht de woning dezelfde dag. De broodtrommel stond achter een stapel oude servetten. In de map zaten kopieën van bankafschriften, e-mails van schuldeisers en een rapport van een forensisch handschriftdeskundige.

Eva had haar handtekening laten vergelijken met de handtekening op de volmacht waarmee Jeroen de lening had afgesloten.

Die was vervalst.

Er zat ook een brief in van een medewerker van Jeroens bedrijf. Hij schreef dat Jeroen al maanden geld van klanten gebruikte om andere schulden af te lossen. Eva had de administratie bijgehouden en was erachter gekomen dat hij niet alleen haar geld had gestolen.

Hij had ook voorschotten van drie klanten verduisterd.

Een van hen was een ouder echtpaar uit Bloemendaal dat hun huis had laten verbouwen. De keuken was nooit afgemaakt. Het geld was wel verdwenen.

Jeroen had Eva niet alleen het zwijgen willen opleggen. Hij had geprobeerd haar huis te gebruiken om een bedrijf te redden dat al lang niet meer te redden was.

De blauwe map verklaarde nog iets anders. Eva had twee dagen voor haar dood een nieuw testament laten opstellen bij notaris Bos. Het testament was nog niet ondertekend, maar er lag wel een concept waarin stond dat Lotte erfgenaam zou worden en dat ik voorlopig bewindvoerder over haar vermogen moest zijn.

Jeroen zou niets erven.

Toen de politie hem daarmee confronteerde, veranderde zijn verhaal.

Eerst zei hij dat hij Eva alleen had vastgepakt omdat zij hem aanviel. Daarna beweerde hij dat ze na de ruzie nog leefde en dat hij haar bewusteloos op de keukenvloer had achtergelaten.

„Waarom hebt u dan een andere trui aangetrokken?” vroeg rechercheur Meijer.

„Er zat koffie op.”

„Waarom hebt u de hals van uw vrouw met make-up bedekt?”

„Ik wilde niet dat de familie haar zo zou zien.”

„Waarom hebt u de uitvaart al de volgende ochtend willen laten plaatsvinden?”

„Dat was haar wens.”

„Waarom zei u tegen uw dochter dat niemand aan haar hals mocht komen?”

Jeroen zweeg.

De rechercheur schoof een foto over tafel. Daarop stond de microSD-kaart in de plastic zak.

„Omdat u wist dat er een opname bestond?”

„Ik wist nergens van.”

„Waarom zat die kaart onder de kant van Eva’s jurk?”

„Dat moet iemand anders hebben gedaan.”

„Wie?”

Jeroen keek naar beneden.

„Haar moeder.”

Het was een slechte leugen. Zelfs hij wist dat.

Toch bleef hij volhouden dat Eva’s dood een ongeluk was. Zijn advocaat noemde de opname „onvolledig en emotioneel gekleurd”. De verdediging beweerde dat Eva mogelijk zelf haar hals had verwond tijdens een paniekaanval.

Toen kwam het tweede bewijs.

Een buurvrouw van Eva, Ria van Leeuwen, woonde in het huis tegenover de gracht. Ze had een deurbelcamera die ook de stoep en een deel van Eva’s voordeur filmde. De politie vroeg haar de beelden van die avond veilig te stellen.

Ria had aanvankelijk gezegd dat ze niets bijzonders had gezien. Pas toen rechercheur Meijer haar vertelde dat liegen tegen de politie gevolgen kon hebben, haalde ze diep adem.

„Ik heb hem wel gezien,” zei ze. „Maar hij kwam de volgende ochtend bij mij langs.”

„Wie?”

„Jeroen.”

Hij had haar om zes uur ’s morgens gevraagd of ze hem die avond rond half tien bij haar huis had gezien. Hij zou „iets met de verzekering” moeten regelen. Hij had gezegd dat Eva een hartprobleem had gehad en dat de familie geen geruchten kon gebruiken.

Ria had geweigerd. Daarna had hij haar een envelop met vijfhonderd euro aangeboden.

De deurbelcamera had de waarheid bewaard.

Om 22.18 uur verscheen Jeroen in beeld. Hij kwam uit Eva’s voordeur met een zwarte sporttas over zijn schouder. Om 22.41 uur keerde hij terug zonder tas. Om 23.07 uur belde hij 112.

De zwarte tas werd drie dagen later gevonden in een afgesloten opslagbox van Jeroens bedrijf in Hoofddorp. Daarin lagen Eva’s laptop, haar telefoon, de jurk die ze eerder die week had gedragen en een rol ducttape.

Maar het meest verontrustende voorwerp was een kleine zwarte sjaal. Op de stof zaten vezels van Eva’s jurk en bloedsporen die niet van Jeroen waren.

De politie vond ook een tweede telefoon.