Ik zat volkomen stil aan mijn keukentafel.
Mijn koffie was koud geworden.
De gele rozen vulden de kamer met hun geur.
En plotseling voelde alles wat ik meer dan een halve eeuw had geloofd, onzeker aan.
Want als dat bericht echt was, dan was James niet zomaar in Vietnam omgekomen.
Hij was verdwenen.
En iemand die ik vertrouwde, had er zesenvijftig jaar voor gezorgd dat ik nooit te weten zou komen waarom.”
DEEL 2: Het Schokkende Geheim onder de Eik
Mijn hart klopte in mijn keel toen ik het briefje opnieuw en opnieuw las. De instructies op de kaart waren glashelder: “Bel Adrian niet. Vertel het aan niemand. Ga vannacht om stipt twaalf uur naar de oude eikenboom achter het huis van je ouders, waar we onze geheime doos hebben begraven op de ochtend dat ik vertrok.”
Adrian was na de oorlog altijd dicht in de buurt gebleven. Hij was een succesvol zakenman geworden en bezocht me elk jaar getrouw op mijn verjaardag. Hij leek altijd zo zorgzaam, maar nu voelde zijn jarenlange aanwezigheid ineens beklemmend en sinister aan. Wat had hij zesenvijftig jaar lang voor mij verborgen gehouden?
Om tien voor twaalf die nacht parkeerde ik mijn auto een straat verderop van het oude ouderlijke huis, dat nu leegstond en te koop stond. Met een kleine zaklamp en een tuinschepje in mijn trillende handen glipte ik via het tuinhek naar binnen. Mijn knieën deden pijn en de duisternis voelde ijskoud aan.
Ik liep naar de kolossale eikenboom achter in de tuin. Precies bij de grootste wortel begon ik te graven op de plek die James in de kaart had beschreven. Na twintig minuten zwoegen raakte mijn schepje iets geks aan. Een klein, roestvrijstalen kistje.
Ik trok het omhoog en opende de roestige sluiting. Binnenin lagen oude, vergeelde legerdocumenten, een microfilm en een handgeschreven brief in hetzelfde vertrouwde handschrift.