Pas later, toen hij er rustig over nadacht, besefte hij hoe vanzelfsprekend hij mijn toestemming had overgeslagen.
Ik vertelde hem dat het mij eigenlijk niet om het stroomverbruik ging.
Het ging om iets veel eenvoudigers.
“Je had het gewoon even kunnen vragen,” zei ik.
Hij knikte.
“Ik weet het. Je hebt gelijk.”
Dat was eigenlijk alles wat ik wilde horen.
Niet omdat ik een excuus nodig had om gelijk te krijgen.
Maar omdat ik wilde weten dat hij begreep waarom het me dwarszat.
Daarna veranderde het gesprek langzaam van onderwerp.
We begonnen te praten over de verbouwing, over onze huizen en over hoe gemakkelijk kleine misverstanden tussen buren kunnen ontstaan.
Hoe langer we praatten, hoe meer ik besefte dat we allebei eigenlijk hetzelfde wilden.
Een rustige buurt.
Een goede relatie met de mensen om ons heen.
En vooral geen onnodige ruzies over kleine dingen.
We praatten over hoe mensen soms meteen aannames maken.
Je ziet iets gebeuren en vult zelf het verhaal in.
Je wordt boos voordat je weet wat de reden is.
En voordat je het weet, is een klein probleem veranderd in een groot conflict.
Mijn buurman zei dat hij achteraf blij was dat ik hem er gewoon rustig op had aangesproken.
Ik zei dat ik blij was dat hij er later eerlijk op terug was gekomen.
Op een gegeven moment keken we allebei naar het gras.
Het oranje verlengsnoer lag er nog.
We begonnen er ineens om te lachen.
“Het lijkt wel alsof we een elektriciteitsgrens tussen onze huizen hebben aangelegd,” zei hij.
Ik moest lachen.
Een dag eerder had ik me nog geërgerd aan precies datzelfde beeld.
Nu vond ik het bijna grappig.
Wat had kunnen uitgroeien tot een langdurige burenruzie, was uiteindelijk gewoon een eerlijk gesprek geworden.
En misschien was dat wel het belangrijkste van alles.