Het is een van die alledaagse keuzes waar bijna niemand over nadenkt: doe je de deur van je wasmachine dicht na een wasje, of laat je hem juist open? Toch zit er meer achter dan je denkt. Wie het verkeerd doet, ruikt het uiteindelijk letterlijk terug in zijn schone was.
Want een wasmachine is van binnen na elke wasbeurt vochtig en warm. En vocht plus warmte is precies het klimaat waarin schimmel, bacteriën en muffe geurtjes het beste gedijen. Wat je met die deur doet, bepaalt voor een groot deel hoe snel dat gebeurt.
De korte versie: laat hem op een kier
Het advies waar de meeste fabrikanten en onderhoudsexperts het over eens zijn, is simpel. Laat de deur na het wassen op een kier staan. Niet wagenwijd open, maar net genoeg om de lucht in de trommel te laten circuleren en het vocht te laten verdampen.
Dat geldt vooral voor wasmachines met een deur aan de voorkant, de bekende front-loaders die in vrijwel elk Nederlands huishouden staan. De rubberen rand rond de deur, de manchet, blijft daar nat. Sluit je de deur meteen, dan zit dat vocht opgesloten en heb je binnen een paar weken zwarte plekjes.
Waarom een dichte deur problemen geeft
Een net afgelopen wasprogramma laat altijd waterdruppels achter. In de trommel, in de zeepbak en vooral in die manchet onderaan de deur. Sluit je de deur direct, dan kan dat water nergens heen.
Het resultaat is bijna voorspelbaar. Eerst een licht muffe geur, dan donkere randjes in het rubber en uiteindelijk schone was die helemaal niet meer fris ruikt. Veel mensen denken dan dat het aan hun wasmiddel ligt en gaan op zoek naar duurdere merken, terwijl de oorzaak gewoon in de trommel zit.
Op langere termijn kan het ook je portemonnee raken. Schimmel in de pakkingen vreet aan het rubber, en een monteur of nieuwe manchet is geen goedkope grap. Iets simpels als de deur openlaten kan dat hele scenario voorkomen.