Voor jonge kinderen geldt dat extra sterk. Zoete drankjes, koekjes en toetjes tellen snel op. Wie daar dagelijks veel van geeft, maakt zoet ook heel gewoon. Minder aanbieden kan daarom al verschil maken.
De onderzoekers benadrukken wel dat volledig suikervrij eten niet nodig is. Dat zou volgens hen ook niet wenselijk zijn. Kinderen mogen dus best iets zoets krijgen. Het draait vooral om de hoeveelheid.
Minder suiker lijkt vooral de boodschap
De belangrijkste conclusie is daarom vrij simpel. Kleine kinderen hoeven niet volledig zonder suiker te leven. Wel lijkt flink minderen mogelijk grote voordelen te geven. Die voordelen kunnen pas veel later zichtbaar worden.
Voor ouders betekent dat vooral bewust kiezen. Water kan bijvoorbeeld vaker frisdrank vervangen. Fruit kan regelmatig dienen als zoet tussendoortje. Ook hoeven koek en snoep niet iedere dag standaard op tafel te staan.
Daarnaast helpt het om etiketten te bekijken. Suiker zit namelijk niet alleen in snoep. Ook ontbijtgranen, zuiveldrankjes en sauzen kunnen veel suiker bevatten. Zo loopt de totale hoeveelheid ongemerkt op.
Een minder zoete start kan mogelijk ook helpen bij smaakontwikkeling. Kinderen leren dan dat eten niet altijd heel zoet hoeft te zijn. Dat kan later weer invloed hebben op hun keuzes. Zo ontstaat mogelijk een langdurig voordeel.
Het onderzoek bewijst niet dat weinig suiker alle ziektes voorkomt. Daarvoor spelen te veel andere factoren mee. Toch zijn de gevonden verschillen groot genoeg om serieus te nemen. Vooral het lange tijdsverloop maakt het opvallend.
De eerste levensjaren blijken opnieuw belangrijk voor de latere gezondheid. Wat kinderen dan eten, kan mogelijk tientallen jaren doorwerken. Minder suiker lijkt daarbij een verstandige keuze. Volledig verbieden hoeft volgens onderzoekers echter niet.