Zodra de neusklachten verdwijnen, neemt het kwijlen bij sommige mensen vanzelf weer af.
3. Reflux kan een rol spelen
Ook maagzuurproblemen kunnen invloed hebben op de hoeveelheid speeksel die je produceert.
Bij gastro-oesofageale reflux komt maaginhoud terug richting de slokdarm. Het lichaam kan daarop reageren met extra speekselproductie.
Dat wordt soms aangeduid als waterbrash.
Naast extra speeksel kunnen mensen met reflux bijvoorbeeld last hebben van een zure smaak in de mond, brandend maagzuur of een onaangenaam gevoel achter het borstbeen.
Kwijlen betekent natuurlijk niet automatisch dat je reflux hebt. Maar wanneer verschillende klachten regelmatig samen voorkomen, kan het verstandig zijn om dit met een arts te bespreken.
4. Slaapstoornissen kunnen ermee samenhangen
Soms kan overmatig kwijlen samengaan met bepaalde slaapstoornissen.
Een voorbeeld daarvan is obstructieve slaapapneu. Hierbij wordt de ademhaling tijdens de slaap herhaaldelijk onderbroken doordat de bovenste luchtweg tijdelijk vernauwt of blokkeert.
Mensen met slaapapneu kunnen onder andere luid snurken, naar adem happen of overdag opvallend moe zijn. Omdat zij tijdens het slapen ook vaker door de mond kunnen ademen, kan kwijlen voorkomen.
Dat betekent niet dat iemand die kwijlt automatisch slaapapneu heeft.
Maar wanneer het kwijlen samengaat met luid snurken, ademstops, wakker schrikken of ernstige slaperigheid overdag, is het verstandig om dit niet zomaar te negeren.
5. Problemen met slikken of bepaalde neurologische aandoeningen
In sommige gevallen heeft kwijlen minder te maken met de hoeveelheid speeksel en meer met het vermogen om het speeksel normaal door te slikken.
Bepaalde neurologische aandoeningen kunnen invloed hebben op de spieren en zenuwen die betrokken zijn bij slikken en mondcontrole.
Bijvoorbeeld bij de ziekte van Parkinson kunnen slikproblemen en veranderingen in de speekselcontrole voorkomen.
Ook andere aandoeningen kunnen invloed hebben op de slikfunctie.
Het is belangrijk om hierbij niet meteen van het ergste uit te gaan. Af en toe kwijlen is op zichzelf geen aanwijzing voor een neurologische aandoening.