— Ja.
Ik legde mijn telefoon weg.
— Minder.
Cătălin bleef een paar seconden stil.
— En de rest?
Ik dacht aan mijn broer, die ik al sinds onze jeugd had beschermd.
Aan mijn moeder, die me altijd had verteld dat ik de sterke was.
Aan het spaargeld dat verdwenen was.
Aan de avonden waarop mijn man alleen had uitgerekend hoe we ons uit het probleem konden redden dat ik ons huis in had gebracht.
En aan Răzvan, die zijn schuld nu iedere maand beetje bij beetje afbetaalde.
— De rest kun je niet in termijnen terugbetalen, zei ik.
Cătălin legde zijn hand op de mijne.
En op dat moment begreep ik dat de schuld van mijn broer niet alleen het bedrag was geweest dat op papier had gestaan.
Geld kon opnieuw worden gespaard.
Moeizamer.
Langzamer.
Maar het kon.
Vertrouwen was het enige waarvoor geen vervaldatum, geen kwitantie en geen garantie bestond.