Zit jouw (kalfs)vlees vol antibiotica?

In Nederland wás het gebruik van antibiotica in de veesector hoog totdat preventief antibioticagebruik in 2009 volgens de wet verboden werd. Mede hierdoor zit er dus een flinke daling in het gebruik van antibiotica. Sinds 2009 is het gebruik van antibiotica in de veehouderij met zo’n 70 procent gedaald. Toch is er nog veel verbetering mogelijk. De Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa) adviseert daarom ook nog altijd een sectorbrede aanpak voor verdere verlaging.

Strikte regelgeving

Zelfs al hebben dieren antibiotica gekregen, dan zorgen strenge Europese regels ervoor dat er (vrijwel) geen resten van antibiotica meer aanwezig zijn in de dierlijke producten die we eten. Zodra dieren antibiotica toegediend hebben gekregen, mogen ze namelijk niet direct geslacht worden. Na deze wachttijd zijn er praktisch geen antibioticaresten te vinden in het vlees van het beest. Daarnaast controleert de Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteit voeding steekproefsgewijs op resten antibiotica, en of deze niet de wettelijk toegestane hoeveelheid overschrijden.

Resistente bacterie

Dieren die aan antibioticakuren zitten, brengen ook andere kuren met zich mee. Door veelvuldig gebruik van antibiotica kunnen er bij dieren resistente superbacteriën ontstaan. Bacteriën die zich niets aantrekken van antibiotica, en dus alsnog in je vlees kunnen zitten. Ze kunnen zich verspreiden van mens op mens, via ons voedsel, via het milieu en via dieren.

Van kwaad tot erger

Antibiotica zijn bedoeld om dieren gezond te houden. Maar de superbacteriën - waaronder resistente E.Coli en salmonella bacteriën - blijken een nog grotere bedreiging voor het welzijn van mens en dier. Wanneer bacteriën resistent worden, staan de dieren machteloos tegenover allerlei ziektes en infecties. Hier is geen medicijn tegen opgewassen. Vervolgens worden dieren in de veesector alsnog ziek. Op die manier bestaat er een kans dat deze bacteriën via hun vlees uiteindelijk een plekje veroveren in de supermarktschappen. En kun jij ook resistent voor antibiotica worden.

Onderzoek naar resistente bacteriën

Uit een onderzoek van arts-microbioloog Jan Kluytmans uit 2015 bleek dat een groot deel van de kip in de supermarktschappen bacteriën bevat die zelfs ongevoelig zijn voor het laatste redmiddel, colistine. Dit middel wordt gebruikt als normale antibiotica niet meer werkt tegen een gevaarlijke infectie. Toch is dit al een enorme verbetering ten opzichte van eerdere jaren. In 2013 en 2014 werd in 84 procent van het kippenvlees zogeheten antibioticaresistente bacteriën gevonden. Een jaar later was dit 47 procent.

Dat Kluytmans veel meer resistente genen in bacteriën vond, wil niet zeggen dat Nederlandse pluimveehouders massaal hun dieren preventief met antibiotica behandelen. Kennisplatform Veehouderij en humane gezondheid laat weten dat het colistinegebruik in de veehouderij in Nederland is tussen 2011 en 2016 met 79% gedaald is.

'Nederland zit bij de lage gebruikers', zegt Kluytmans. 'Duitsland, Italië en Spanje gebruiken daarentegen veel meer colistine.' Dit neemt daarom dan ook niet alle zorgen weg. Want het vlees - al dan niet uit het buitenland - eindigt immers wel in onze supermarktschappen.

Maatregelen

De Europese Unie wil de verspreiding van resistente superbacteriën tegengaan. Daarom is besloten dat vanaf 28 januari 2022 bepaalde antibiotica, die van belang zijn in ziekenhuizen, niet meer mogen worden gebruikt in de veeteelt. Zo wordt de kans op resistente bacteriën verder tegen gegaan.

Maar feit is dat deze superbacteriën, via ons vlees, hun weg hebben gevonden naar de vleesafdeling in de supermarkt. Laat dat je niet afschrikken, want de kans dat deze bacterie een gevaar voor je gezondheid vormt blijft klein als je voorzichtig met je voedingswaren omgaat. Daarnaast blijkt uit een onderzoek van het RIVM dat vleeseters niet per se een groter risico lopen op antibiotica-resistentie dan vegetariërs of veganisten. Toch zijn de toename van deze resistente bacteriën in mens en dier een zorgwekkende kwestie.