Even langs de snackbar voor een bakje friet voelt allang niet meer als een impulsaankoop. Waar je vroeger met een paar muntjes wegliep, kijk je nu twee keer naar de prijslijst. En je bent niet de enige die dat opvalt.
De vraag is: waarom kost dat simpele bakje patat zoveel meer dan een paar jaar geleden? Het antwoord ligt minder bij de aardappel dan je zou denken, en veel meer bij alles eromheen. En de cijfers maken dat meteen duidelijk.
Van losse euro naar serieuze uitgave
Wie nu een frietje haalt, merkt het direct aan de kassa. Een gewone portie patat ligt in veel snackbars inmiddels tussen de €3,00 en €3,50. Met saus kom je al snel uit op €3,50 tot €4,00, terwijl een grote portie richting de €4,50 of meer gaat.
Gemiddeld betaal je tegenwoordig zelfs rond de €3,97 voor een patatje met saus aan de toonbank. Bestel je online, dan loopt dat bedrag vaak op tot zo’n €4,60. Ter vergelijking: een paar jaar geleden lag dat nog rond de €2,00 tot €2,50. De stijging is dus allesbehalve klein.
De aardappel is niet de boosdoener
Logisch zou je denken dat de prijs van aardappelen de doorslag geeft. Toch klopt dat beeld niet. Volgens brancheorganisatie ProFri bepaalt de ruwe aardappel maar ongeveer 10 procent van de uiteindelijke frietprijs.
Dat verklaart ook waarom een dalende aardappelprijs niet automatisch leidt tot goedkoper patat. Zelfs toen de prijs voor telers daalde, bleef de prijs bij de snackbar vrijwel gelijk. De echte kosten zitten ergens anders.