Maar terugtrekking kan ook ontstaan door pijn, vermoeidheid, depressieve klachten, gehoorproblemen, medicatie of een andere medische oorzaak.
Daarom moet je niet automatisch aannemen dat iemand die minder praat of minder bezoek wil, noodzakelijkerwijs aan het einde van het leven is.
Een rustig gesprek en overleg met de behandelende arts kunnen helpen om de oorzaak beter te begrijpen.
Andere veranderingen die kunnen voorkomen
Naast deze vijf signalen kunnen er tijdens een vergevorderde levensfase nog andere lichamelijke veranderingen ontstaan.
Zo kan iemand minder behoefte hebben aan sociale activiteiten, minder urine produceren of moeite krijgen met dagelijkse verzorging.
Ook kunnen handen en voeten kouder worden en kan de bloedcirculatie veranderen.
Sommige mensen krijgen veranderingen in de kleur of temperatuur van de huid.
Opnieuw geldt dat deze verschijnselen niet op zichzelf voldoende zijn om vast te stellen dat iemand zich in de laatste dagen, weken of maanden van het leven bevindt.
De volledige medische situatie moet worden meegenomen.
Waarom het zo moeilijk is om een tijdsduur te voorspellen
Het menselijk lichaam verandert niet bij iedereen volgens hetzelfde patroon.
Twee mensen met dezelfde aandoening kunnen een heel verschillend verloop hebben. De ene persoon kan gedurende langere tijd stabiel blijven, terwijl een andere persoon sneller achteruitgaat.
Daarom kunnen artsen soms een algemene inschatting geven, maar niemand kan op basis van een paar symptomen met zekerheid voorspellen hoeveel tijd iemand nog heeft.
Dit is vooral belangrijk voor familieleden die op internet naar lijstjes met symptomen zoeken.
Een lijst kan helpen om vragen voor een arts te formuleren, maar kan geen medische beoordeling vervangen.
Wanneer moet je contact opnemen met een arts?
Nieuwe of duidelijke veranderingen bij een kwetsbare oudere verdienen aandacht.
Neem contact op met een arts wanneer iemand bijvoorbeeld:
- Plotseling veel suffer wordt
- Nauwelijks nog drinkt
- Niet meer kan slikken
- Nieuwe of ernstige pijn heeft
- Benauwd wordt
- Plotseling verward raakt
- Valt of niet meer zelfstandig kan staan
- Snel achteruitgaat
- Nieuwe koorts of andere tekenen van infectie krijgt
Sommige van deze symptomen kunnen wijzen op een probleem dat behandeld kan worden.
Het is daarom belangrijk om niet automatisch te denken dat een achteruitgang “bij het einde hoort”.