Op 28 oktober 1945 vond een opmerkelijke gebeurtenis plaats in de afgelegen Kimberley-regio van West-Australië, waar een B-25J Mitchell-bommenwerper van de Nederlandse Oost-Indische Luchtmacht gedwongen werd te landen in getijdenwateren. Dit incident, waarbij alle vijf bemanningsleden ongedeerd bleven, markeert een cruciaal moment in de naoorlogse wederopbouw van de Nederlandse Oost-Indië. Dit artikel verkent de details van deze gebeurtenis, de betrokken bemanning en de bredere context van Nederlands-Australische samenwerking in die tijd.
De Vlucht en de Bemanning
De B-25 vertrok vanuit Archerfield nabij Brisbane en vloog naar Cloncurry, Queensland, waar het bijtankte voordat het op 28 oktober 1945 verder westwaarts vloog. De geplande route liep via Truscott Airfield naar Broome. Aan boord bevonden zich:
– 1e luitenant Bruce J. van Kregten, piloot
– Vaandrig C. Borneman, co-piloot
– S.M. Megens, radiotelegrafist
– Sgt. Major R.B. Baert, vluchttechnicus
– A.H.J. Nord, Nederlands-Indische Civiele Administratie (NICA), als gewapende bewaker van de geldzending
Het vliegtuig vervoerde een aanzienlijke lading munten en bankbiljetten met een totale waarde van ongeveer 900.000 Nederlandse guldens volgens de prijzen van 1945. N5-254 was een van de verschillende B-25's die eind 1945 vanuit Australië vertrokken met Nederlandse valuta voor gebruik door banken en civiele autoriteiten in de Nederlandse Oost-Indië.
Na het vertrek uit Cloncurry kreeg de bemanning te maken met zware moessonachtige weersomstandigheden. Navigatie werd steeds moeilijker, communicatie was onbetrouwbaar en radiobepalingen konden niet op tijd worden verkregen. Toen de brandstof opraakte en het vliegtuig door zijn zware lading niet meer op één motor kon vliegen, besloot Van Kregten het vliegtuig te laten landen zodra de kust in zicht kwam.