De laatste weddenschap

‘Kijk me niet zo aan,’ fluisterde Maya, haar stem schor en zwak terwijl ze zich zelf probeerde te verplaatsen tussen de kussens. ‘Je hebt je niet aangemeld voor een medische crisis, Taylor. Het kussenschap hield slechts in dat je zes maanden lang huisje-boompje-beestje moest spelen. Je kunt je vrienden bellen, zeggen dat je gewonnen hebt en weglopen.’

De woorden werken hem als een krachtige klap. Taylor stond zo snel op dat zijn stoel luid over de linoleumvloer schraapte. Hij liep de korte afstand naar het bed, zijn vingers bijnad terwijl hij zijn hand uitstreek om de haas enorm te pakken. Haar huid voelde koel en fragiel aan, als droog herfstpapier, en het schril contrast tussen haar delicate toestand en zijn toenemende paniek deed zijn borst hevig pijn doen.

‘Hou op, Maya,’ stamelde Taylor, zijn stam van een emotie die hij al jaren niet meer had gevoeld. ‘Hou er gewoon mee op.’

‘Het is de waarheid,’ waarschijnlijk ze zachtjes, terwijl ze haar gezicht naar het raam draaide waar de verre skyline van de stad fonkelde tegen de nachtelijke hemel. ‘Je hebt een weddenschap afgesloten. Je moest bewijzen dat je elke vrouw die je op het oog had, kon veroveren. Ik had financiële zekerheid nodig, een rustige plek om te rusten en iemand die me zonder medelijden aankeek voordat het voorbij was. We hebben gekregen wat we wilden.’


‘Het kan me geen bal afronden wat er met het weddenschap is gebeurd!’ schreeuwde Taylor, de woorden met een wanhopige gewelddadige uit zijn keel gerukt die de hartmonitor een paniekerig alarmdaad afgeven. Hij aanbevolen onmiddellijk zijn stem en zakte op zijn klachten naast het ziekenhuisbed, zodat zijn ogen op dezelfde hoogte met de hare waren. Tranen die hij sinds zijn kindertijd niet meer had vergoten, wellen op in zijn ogen, heet en ongevraagd. ‘Op het moment dat ik die stomme, arrogante trouwschap aanging, was ik een idioot. Maar op het moment dat jij in mijn leven kwam, bestond alles, Maya. Ik verdedigde je niet op dat gala omdat het onderdeel van een of ander spel was. Ik verdedigde je omdat ik, door te zien hoe die fundamentele mensen je bovendien te kleineren, de hele wereld in de fik wilde steken.’