De mannen die mijn dansstudio kwamen redden, hadden nog glitter in hun haar van de nacht ervoor.

“Je bedoelt precies wat je zei.”

Ik zuchtte. “Evi, ik heb het onder controle.”

“Hoeveel?”

“Wat?”

“Hoeveel schuld?”

Ik wilde niet antwoorden. Zij had een klein spaarpotje voor haar vervolgopleiding. Ik kende haar goed genoeg om te weten dat ze het zou aanbieden.

“Niet genoeg om jou erbij te halen.”

“Je haalt mij nergens bij.”

Ze pakte haar jas. “Je hebt echt een rare definitie van voor iemand zorgen.”

Ze liep weg voordat ik iets terug kon zeggen.

Die avond kreeg ik van Marieke een link naar de voorlopige finale-edit. Ik keek hem alleen in de kleedkamer.

De eerste twintig seconden waren grappig. Daarna niet meer.

Een clubbezoeker riep in een oude telefoonvideo: “Uit met dat shirt!” De montage bevroor op Joost die lachte. Vervolgens een serieus shot van een jurylid met daaronder: `MAAR IS DIT DANS?`

In het draaiboek ernaast stonden vragen voor de presentator. `Hoe reageren jullie op mensen die jullie vooral als strippers zien?` En voor de jury: `Kan entertainment zonder vakopleiding op hetzelfde podium staan als professionele dans?`

Ze zouden niet rechtstreeks zeggen dat Nachtdienst belachelijk was. Ze zouden iedereen in de zaal wel precies vertellen hoe ze naar hen moesten kijken.

Mijn telefoon lag in mijn hand.

Ik opende de groepsapp.

Typte: `Ik moet jullie iets vertellen.`

Wiste het weer.

Daarna mailde ik Marieke alleen dat de muziekcue na de intro twee tellen te laat stond.

Dat was de keuze waar ik later het meeste moeite mee had. Ik kon mezelf bij de eerste handtekening nog vertellen dat ik niet wist hoe ver ze zouden gaan. Na die video wist ik het wel.

We repeteerden verder.

Nadir en ik probeerden ons privégedoe buiten de zaal te houden. Dat lukte ongeveer een week. Daarna kuste hij me in de fietsenstalling, ik bleef bij hem slapen en de volgende ochtend stonden we samen tanden te poetsen boven een wasbak vol scheerschuim. Het voelde tegelijk fijn en onverstandig.

“Geen geheim gedoe binnen het team,” zei hij.

Ik verslikte me bijna in de tandpasta.

“Over ons bedoel je?”

“Waarover anders?”

“Ja. Natuurlijk.”

Joost merkte het toch. Zijn jaloezie maakte hem slordig. Tijdens een repetitie stopte hij midden in een lift.

“Als Nadir weer centraal moet, zoek dan ook maar iemand anders om hem op te tillen.”

Ik stuurde hem naar buiten.

Later vond ik hem op de stoep met een energiedrankje.

“Denk je dat ik jaloers ben op hem?” vroeg hij.

“Dat ben je.”

“Ook. Maar ik ben vooral bang dat dit straks zijn project is en wij decor.”

Daar had hij geen ongelijk in. Ik had zoveel gebouwd rond Nadirs techniek dat Sem en Finn steeds minder ruimte kregen. De volgende dag herschikte ik twee passages. Niet om Joost tevreden te houden, maar omdat de choreografie er beter van werd.

Dat was het vervelende aan die weken: ik maakte goede keuzes en slechte keuzes door elkaar. Soms binnen hetzelfde uur.

Een week voor de finale kwam de verhuurder langs. Hij heette Peter, was niet onaardig en juist daardoor moeilijker te haten.

“Lara, ik wil je hier houden,” zei hij terwijl we naast de stapel yogablokken stonden. “Maar ik kan niet ieder kwartaal achter je aan.”

Ik beloofde dat na de finale het restant kwam.

“Zeker?”

“Zeker.”

Ik dacht aan de twaalfduizend euro die na het evenement nog uit mijn contract zou komen.

Die avond vroeg Nadir of ik na de finale een weekend mee naar Antwerpen wilde. Nachtdienst had daar een boeking.

“Geen repetitie,” zei hij. “Geen jury. Alleen slecht hotelontbijt.”

Ik zei ja.

De finaledag begon om zes uur ‘s ochtends in een evenementenhal in Amsterdam-Zuidoost. Iedereen kreeg polsbandjes, tijdslots en aanwijzingen van mensen met headsets. Nachtdienst had een kleedkamer waar vijf volwassen mannen vochten om twee spiegels en één stekkerdoos.

Tijdens de technische doorloop zag ik de definitieve intro op het grote scherm.

Hij was nog scherper gemonteerd dan de versie die ik kende.

Er klonk gelach uit een oude clubvideo. Daarna verschenen beelden van de mannen in glitterbroeken, vertraagd, gevolgd door hun serieuze repetitiebeelden. De presentator zou eindigen met: “Van vrijgezellenfeest naar vakjury — durven ze zichzelf vandaag nog dansers te noemen?”

Ik liep rechtstreeks naar Marieke.

“Dit is vernederend.”

Ze bleef naar haar monitor kijken. “Het is scherp.”

“Ze hebben dit niet gezien.”

“Ze zien het straks.”

“Dat bedoel ik niet.”

Marieke trok haar headset één oor vrij. “Lara, we hebben dit gesprek gehad.”

“Niet over deze tekst.”

“De tekst verandert de uitslag niet.”

“Je zet de zaal tegen ze op voordat ze één stap hebben gezet.”

Ze keek nu wel naar me.

“En als ze daarna de zaal omdraaien, heb je het beste televisiefragment van de avond. Ik geloof trouwens dat ze dat kunnen.”

Dat was het irritante: ze klonk alsof ze het meende.

“Schrap de intro.”

“Nee.”

“Dan zeg ik het ze.”

“Dat mag. Dan beëindigen we jouw overeenkomst wegens schending van vertrouwelijkheid en vorderen we het voorschot terug.”

Zesduizend euro.

Bijna alles was weg.

Marieke zuchtte. “Je doet alsof ik ze een val in laat lopen. Ze hebben een kans op veertigduizend euro. Ze krijgen landelijke exposure. Niemand verplicht ze mee te doen.”

“Ze weten alleen niet waaraan ze meedoen.”

“Ze weten dat dit televisie is.”

Een productieleider stak zijn hoofd om de hoek. “Nachtdienst over zeven minuten stand-by.”

Ik liep terug naar de kleedkamer.

Sem stond zijn veters opnieuw te strikken. Finn plakte tape om twee vingers. Ilyas deed ademhalingsoefeningen met zijn ogen dicht. Joost liep rond zonder shirt omdat hij zijn kostuum kwijt was. Nadir zat op de tafel en keek meteen naar mijn gezicht.

“Wat is er?”