De mannen die mijn dansstudio kwamen redden, hadden nog glitter in hun haar van de nacht ervoor.

Dat kwam aan.

Ze bood geen geld aan.

Daar was ik achteraf blij om.

Peter, mijn verhuurder, gaf me nog zes weken. Daarna moest ik eruit als ik de achterstand niet volledig kon inlopen.

Ik kon het niet.

De laatste les in Lijn Acht gaf ik op een donderdagavond aan zeven vrouwen die al bijna vanaf het begin bij me kwamen. Ik had ze pas een week eerder verteld dat we gingen sluiten. Eén huilde. Twee werden boos dat ik het niet eerder had gezegd. De rest hielp na afloop matten stapelen.

Toen iedereen weg was, zat ik alleen voor de spiegelwand. Er zat een barst in de hoek die ik vier jaar lang had willen laten vervangen.

Nu hoefde dat niet meer.

Evi kwam met friet en twee rollen vuilniszakken.

“Niet sentimenteel worden,” zei ze. “Morgen moet die kast leeg.”

Ik lachte voor het eerst die week.

Nachtdienst sprak ik bijna twee maanden niet.

Ik zag wel dat ze bleven optreden. De VOLT-fragmenten leverden geen wondercarrière op. Er kwamen een paar betere boekingen en ook vervelende reacties. Joost stapte later uit de groep omdat hij een vaste baan met nachtdiensten kreeg en het reizen zat was. De anderen gingen door met vier man en zochten af en toe een vervanger.

Nadir stuurde één keer een bericht over een factuur. Verder niets.

Ik ging twee dagen per week lesgeven bij een grote fitnessketen. Precies zo’n keten waar ik jarenlang over had geklaagd. De vloer was goed, de muziek stond altijd te hard en niemand verwachtte dat ik het toiletpapier bestelde.

Daarnaast huurde ik drie avonden per week een zaal in een buurthuis in Delfshaven. Geen spiegelwand van zes meter. Geen eigen kleedkamer. Wel een sleutel die ik na iedere les weer moest inleveren bij de beheerder.

Ik noemde de lessen nog steeds Lijn Acht.

Op een regenachtige zaterdag stond Nadir ineens in de deuropening van het buurthuis.

Ik was bezig elastieken in een krat te proppen.

“Je website zegt dat hier om twaalf uur les is,” zei hij.

“Die was om twaalf uur.”

“Mooi. Dan ben ik precies op tijd om niet mee te doen.”

Ik keek naar hem. “Waarom ben je hier?”

Hij hield twee koffies omhoog.

“Finn zei dat je kleiner bent gaan wonen.”

“Mijn studio. Niet ik.”

“Dat klinkt alweer meer als jij.”

We dronken koffie op een bankje in de gang. Hij vertelde dat hij nog boos was geweest. Daarna minder. Daarna vooral moe van boos zijn.

“Ik vertrouw je niet automatisch weer,” zei hij.

“Dat vraag ik niet.”

“Goed.”

Hij bleef die middag helpen met het verslepen van een kapotte geluidsbox. Een week later gingen we eten. Nog een week later zei ik een afspraak af omdat ik administratie moest doen en hij antwoordde alleen: `Volgende keer.`

Dat vond ik prettiger dan grote beloften.

Een paar maanden na de finale ziet mijn leven er kleiner uit dan ik had gepland. Ik heb geen eigen pand meer. Ik betaal nog steeds iedere maand aan VOLT terug. Op dinsdag en vrijdag draag ik een shirt met het logo van een fitnessketen die ik vroeger “de McDonald’s van beweging” noemde.

Evi weet nu hoeveel er op mijn zakelijke rekening staat. Niet omdat zij het moet oplossen, maar omdat ik haar mijn wachtwoord niet meer hoef te verbergen als ik naast haar een betaling doe.

Lijn Acht bestaat nog uit drie avonden, een mailinglijst en een kast in het buurthuis waarvan ik plank twee mag gebruiken.

Vorige maand kwam Finn een workshop geven. Ik betaalde hem gewoon zijn tarief. Nadir zat achterin en maakte expres fouten tot ik hem eruit wilde zetten.

Na afloop veegde ik de vloer terwijl de beheerder op zijn sleutel wachtte.

“Friet?” vroeg Nadir.

“Ik heb nog administratie.”

“Daarna?”

Ik keek naar de stapel matten, mijn telefoon met een openstaande termijnbetaling en de klok boven de nooduitgang.

“Daarna.”

Hij pakte de krat met elastieken zonder te vragen en droeg hem naar de berging.

Ik deed het licht uit en trok de deur achter ons dicht.