De bekendste triggers zijn:
- koude temperaturen;
- koud water;
- airconditioning;
- het aanraken van koude voorwerpen;
- stress;
- angst;
- sterke emoties;
- plotselinge temperatuurwisselingen.
Voor sommige mensen kan zelfs een relatief kleine verandering in temperatuur voldoende zijn.
Daarom merken mensen met Raynaud soms dat hun vingers vooral reageren wanneer ze vanuit een warme ruimte naar buiten gaan.
Is het syndroom van Raynaud gevaarlijk?
In veel gevallen is Raynaud niet gevaarlijk.
Artsen maken doorgaans onderscheid tussen primaire Raynaud en secundaire Raynaud.
Primaire Raynaud
Bij primaire Raynaud is er geen andere onderliggende aandoening die de klachten veroorzaakt.
De bloedvaten reageren simpelweg sterker dan gebruikelijk op kou of stress. De aanvallen kunnen vervelend zijn, maar veroorzaken bij de meeste mensen geen blijvende schade.
Secundaire Raynaud
Bij secundaire Raynaud zijn de klachten verbonden aan een andere aandoening of medische oorzaak.
Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij bepaalde auto-immuunziekten of aandoeningen die de bloedvaten beïnvloeden.
Deze vorm verdient extra aandacht omdat de aanvallen soms ernstiger kunnen zijn. In sommige gevallen kunnen er wondjes of beschadigingen aan de vingertoppen ontstaan.
Daarom is het belangrijk om nieuwe of opvallend ernstige klachten niet zomaar zelf aan Raynaud toe te schrijven.
Wanneer is het verstandig om naar de huisarts te gaan?
Een enkele aanval na blootstelling aan kou hoeft meestal geen reden tot paniek te zijn. Toch zijn er situaties waarin het verstandig is om medisch advies te vragen.
Neem bijvoorbeeld contact op met je huisarts wanneer:
- de klachten voor het eerst op latere leeftijd ontstaan;
- de aanvallen steeds vaker of ernstiger worden;
- slechts één hand of enkele vingers opvallend worden getroffen;
- de verkleuring lang aanhoudt;
- de vingers zeer pijnlijk worden;
- er wondjes, zweertjes of andere beschadigingen ontstaan;
- je ook last hebt van andere onverklaarde klachten.
Een arts kan beoordelen of het om een onschuldige reactie gaat of dat verder onderzoek nodig is.
Wat kun je zelf doen?
Er zijn verschillende eenvoudige maatregelen die kunnen helpen om aanvallen te voorkomen of minder hevig te maken.