DEEL 2
De officier van dienst keek naar korporaal Brandsma.
Daarna sprak hij de eerste woorden waardoor de glimlach van Gerts gezicht verdween.
‘Korporaal… doe die deur onmiddellijk open.’
Brandsma knipperde.
‘Majoor?’
‘Nu.’
Het woord galmde door de kleine ruimte.
Brandsma keek naar mij.
Toen naar het papier in de handen van de majoor.
Zijn gezicht verloor langzaam alle kleur.
‘Maar, majoor, haar pas—’
‘Deur. Open.’
Deze keer aarzelde hij niet.
De sleutelbos rinkelde in zijn hand.
Ik hoorde metaal tegen metaal.
Een klik.
De deur zwaaide open.
Ik bleef zitten.
Niet om dramatisch te doen.
Niet om iemand langer te laten zweten.
Mijn benen hadden simpelweg dertig minuten stilgestaan en ik wilde één moment nemen voordat ik opstond.
De officier van dienst kwam recht voor me staan.
Zijn rug werd kaarsrecht.
‘Generaal.’
Achter hem hoorde ik Gert scherp ademhalen.
Brandsma keek alsof de vloer onder hem was verdwenen.
Ik stond langzaam op.
‘Majoor.’
Hij keek naar de cel.
Toen naar Brandsma.
‘Mijn excuses, generaal. We verwachtten u pas over veertig minuten. Het protocolteam staat bij gebouw twaalf. Niemand heeft mij gemeld dat u via de hoofdpoort zou komen.’
‘Dat was bewust.’
‘Generaal?’
‘Ik wilde zonder ceremonie binnenkomen.’
Hij slikte.
‘Begrepen.’
Brandsma keek van hem naar mij.
‘Generaal?’
Het kwam er bijna fluisterend uit.
Ik keek hem aan.
‘Ja, korporaal.’
‘U bent…’
Hij stopte.
De majoor maakte zijn zin af.
‘Brigadegeneraal De Vries. De nieuwe commandant.’
Gert zei niets.
Voor het eerst sinds we bij de poort waren aangekomen, glimlachte hij niet.
Brandsma zette een stap achteruit.
‘Generaal, ik…’
Zijn gezicht was inmiddels vuurrood.
‘Het spijt me.’
Ik pakte mijn tas van de metalen bank.
‘Waarvoor precies?’
Hij leek van zijn stuk gebracht door de vraag.
‘Dat ik u heb opgesloten.’
‘Waarom deed u dat?’
‘Uw pas werkte niet.’
‘Dat klopt.’
‘En ik… ik geloofde uw verhaal niet.’
‘Dat is iets anders.’
Hij slikte.
De majoor wilde tussenbeide komen.
‘Generaal, ik zal onmiddellijk een rapport laten—’
Ik stak mijn hand op.
‘Straks.’
Hij zweeg.
Ik keek weer naar Brandsma.
‘Korporaal, had u een procedure voor een defect of ongeldig defensielegitimatiebewijs?’
‘Ja, generaal.’
‘Wat zegt die procedure?’
Hij keek naar de vloer.
‘Identiteit verifiëren via de meldkamer en contact opnemen met de verantwoordelijke eenheid of staf.’
‘Heeft u dat gedaan?’
‘Nee, generaal.’
‘Waarom niet?’
Geen antwoord.
‘Korporaal?’
‘Omdat ik dacht dat u loog.’
‘Op basis waarvan?’
Hij opende zijn mond.
Sloot hem weer.
‘Ik weet het niet, generaal.’
‘Jawel.’
Ik sprak niet hard.
Dat hoefde niet.
‘Denk erover na.’
Hij keek me uiteindelijk aan.
‘U kwam niet over zoals ik had verwacht.’
‘Hoe had u verwacht dat een brigadegeneraal eruitzag?’
Zijn wangen werden nog roder.
‘In uniform.’
‘Ik was in burger.’
‘Ja, generaal.’
‘En mijn plaatsingsbevel?’
‘Dat zag er echt uit.’
‘Maar?’
Hij ademde diep in.
‘Ik had al besloten dat het verhaal niet klopte.’
Daar was het.
Precies.
Niet een defecte pas.
Niet veiligheid.
Een conclusie die al was getrokken voordat de controle was uitgevoerd.
Ik knikte.
‘Dat is het probleem dat we gaan onderzoeken.’
‘Onderzoeken?’
Gert sprak voor het eerst.
Iedereen keek naar hem.
Hij probeerde te lachen.
Het lukte niet helemaal.
‘Kom op. Dit is toch gewoon een misverstand?’
De majoor keek hem aan.
‘En u bent?’