Mateo antwoordde niet.
Dokter Paloma wel.
“Ze heeft nooit begrepen wat er met haar gebeurde.”
“U hebt haar gebruikt!”
“Wij probeerden haar te redden.”
“U hebt haar haar hele leven voorgelogen!”
Mateo keek rustig naar Caridad.
“En toch heeft ze drie gezonde kinderen gekregen.”
“Kinderen?”
Caridad wees naar hem.
“U noemt dit een experiment?”
“Het was een doorbraak.”
“Het waren mensen!”
Mateo’s gezicht verstrakte.
“U begrijpt niet wat Esperanza is.”
Caridad voelde een ijzige angst.
“Wat bedoelt u?”
Mateo kwam dichterbij.
“Esperanza was nooit de patiënt.”
Caridad voelde haar bloed koud worden.
“Wat?”
“Ze was het bewijs.”
Op dat moment klonk er boven hen een harde klap.
Iedereen keek omhoog.
Toen volgde een tweede.
En een derde.
Caridad herkende het geluid.
Een deur.
Esperanza’s deur.
“Waar is ze?” vroeg Caridad.
Niemand antwoordde.
Ze rende de kapel uit.
Door de gang.
De trap op.
Toen ze de kamer van Esperanza bereikte, stond de deur wagenwijd open.
Het bed was leeg.
De baby lag er niet.
Miguel was verdwenen.
En op het witte laken lag één klein voorwerp.
Een ziekenhuisarmband.
Caridad pakte hem op.
Op het bandje stond een naam die ze nog nooit eerder had gezien.
Niet Miguel.
Niet Esperanza.
“Patiënt 04.”
Caridad voelde haar knieën bezwijken.
Toen hoorde ze achter zich een fluisterstem.
“Moeder…”
Ze draaide zich om.
Esperanza stond aan het einde van de gang.
Haar gezicht was lijkbleek.
Ze hield haar handen tegen haar buik.
En voor het eerst was haar stem niet kalm.
Ze was doodsbang.
“Moeder… ik herinner me alles.”
Caridad liep naar haar toe.
“Waar is Miguel?”
Esperanza begon te huilen.
“Ze hebben hem meegenomen.”
“Wie?”
Esperanza keek achter zich.
“Mijn vader.”
Caridad verstijfde.
“Je vader?”
Esperanza knikte.
“Dr. Mateo Valdés.”
De naam galmde door de lege gang.
“Maar hoe…?”
Esperanza legde een hand op haar mond.
“Ik heb hem gisteren gezien.”
“Waar?”
“In de kelder.”
Caridad keek richting de trap.
“Wat zit daar?”
Esperanza fluisterde:
“Een kamer die niet op de plattegrond staat.”
Diezelfde nacht daalden de twee vrouwen af naar de kelder.
Achter een oude wijnkast vonden ze een verborgen deur.
Caridad duwde hem open.
De geur die naar buiten kwam, was koud en scherp.
Ziekenhuislucht.
Binnen stonden metalen tafels.
Oude medische apparatuur.
Mappen.
Foto’s.
En tientallen kleine bedjes.
Caridad hield haar hand voor haar mond.
Aan de muur hingen foto’s van kinderen.
Allemaal met dezelfde initialen.
E.V.
Esperanza liep langzaam naar de muur.
Ze zag foto’s van haar eerste kind.
Van haar tweede.
Van Miguel.
Maar er waren meer foto’s.
Veel meer.
Caridad telde er zeven.
“Esperanza…”
De jonge non staarde naar de foto’s.
“Hoeveel kinderen…?”
“Ik weet het niet.”
Toen vonden ze een dossier met haar naam.
Esperanza opende het.
Binnenin stond een datum.
Een datum van vóór haar geboorte.
Daaronder stond:
“Project Esperanza — fase vier.”